‘Kunst verbeeldt wat religie verwoordt’ – Wouter Berns in Volzin

Kunst verbeeldt wat religie verwoordt’

 Schilderijen van Wouter Berns kom je steeds vaker tegen op het internet, in bladen en in kranten. Eind vorig jaar verscheen zijn eerste roman ‘Een hemel voor Theo’. Een gesprek met deze kunstenaar over religie, de mens, kunst, schilderen en schrijven.

Een ‘Berns’ kan bij de beschouwer een gevoel van aangename opwinding wekken, als bij een cadeautje dat nog moet worden uitgepakt. Maar ook een gevoel van ongemak, alsof je een mop hoort vertellen die je niet meteen begrijpt. Je moet vérder kijken om het te zien, je eigen verbeelding op gang laten brengen om verborgen schatten op te delven.

Als ik te gast ben in het ruime atelier van Wouter Berns in Kampen en mij vergaap aan zijn werk, blijf ik staan voor een nog maar net voltooid schilderij dat me bijzonder bevalt. Het betreft een Frans dorpstafereel, badend in het zonlicht. Ik kan de mussen horen tsjilpen en voel hoe de warme lucht me vanaf het doek in m’n gezicht slaat. Ik heb opeens wandelschoenen aan en voel het gewicht van m’n rugzak – zit er nog koffie in de thermosfles? M’n vrouw is al doorgelopen en wacht voorbij de bocht. Als de kerk open is, zoeken we graag de koelte op en branden een kaarsje.

“Mooi…!” zeg ik bewonderend, “Donders mooi!” Ik doe met enige tegenzin een stap terug en sta weer in het atelier. “Maar waar is de Berns-touch?” Met een brede grijns wijst Wouter me op de gevel van de kerk. ‘FREE YOUR MIND’ staat er in de hoofdletters van een verweerde reclameboodschap zoals je die wel vaker op blinde gevels ziet. Het beeld is zo vertrouwd dat ik de woorden zelf over het hoofd zag. De boodschap lijkt op het eerste gezicht misplaatst op een godshuis uit een tijd die onherroepelijk voorbij is. Het beeld is intrigerend en roept vragen op.                     

Je plaatst een eigentijdse oproep in een traditioneel religieuze context. Hoe kijk jij als kunstenaar naar religie? Ben je zelf religieus?

“Kunst verbeeldt wat religie verwoordt. Het is een eeuwenoude tandem. In bepaalde tijden was het verbeelden propaganda. Die kant moeten we zeker niet meer op. Ik zie graag inhoudelijk geladen kunst en die is niet per definitie religieus in de godsdienstige zin. Dat ben ik zelf ook niet. Ik ben een zingevende kunstenaar, maar absoluut niet godsdienstig religieus.

Religie en kunst zie ik beide als wegen tot verbinding tussen de persoonlijke binnenwereld en een onmetelijke bovenwereld. Maar het is vooral de kunst die een diepere zin aan mijn bestaan geeft. Kunst is voor mij louterend, of ik nu passief geniet in een museum, een boek lees, naar muziek luister, of actief werk aan een nieuw schilderij of schrijf aan een verhaal. Kunst is voelen, bedenken en maken; uit het niets iets tastbaars neerzetten, een nieuwe werkelijkheid scheppen. En als het werk voltooid is dan toon ik het aan de wereld. Dat is een magisch proces, iedere keer weer. Het is mijn ideale manier van leven.

Mijn schilderijen dragen geen letterlijke boodschap uit. De schilderijen zijn niet alledaags. Ze zijn vervreemdend. Ze hebben een licht filosofische twist. De titels spelen een grote rol. Die geven richting aan de duiding. Ik speel met oude en nieuwe verhalen. Steek ze in een ander jasje, verkleed de verhalen, zo je wilt. Ik krijg terug dat mijn werk mensen aan het denken zet. De combinatie van beeld en verhaal is voer voor andere gedachten en uitdagende dialoog.”

Ik kijk naar Wouters schilderij De schepper. Het toont een jongetje met een schep bij een gigantisch zandkasteel in een wat troosteloos landschap. Is het een verwijzing naar God die uit de chaos orde schiep? Is God als zo’n kind met een schep? Is ieder mensenkind met een schep een beetje God, iedere mens met een penseel een Schepper?  

Hoe kijk jij als kunstenaar naar de wereld van vandaag?

“Volgens mij zitten we aan het einde van een tijdperk. We hollen als een stel dwaas consumerende lemmingen op een afgrond af. Er lijkt geen houden meer aan. Ondanks mijn optimistische inborst staat mijn vertrouwen in de mensheid onder druk. Keer op keer laten we zien dat scheppen en vernietigen bij ons hand in hand gaan. Maar iets afbreken is zoveel gemakkelijker dan iets opbouwen. We zijn van nature gemakzuchtig en daardoor zijn we een bedreigende soort geworden voor onszelf en voor onze omgeving. De huidige situatie maakt onomwonden duidelijk dat alleen radicaal anders handelen ons leven op aarde kan redden. We moeten consuminderen. Maar ons hele economische stelsel is gebaseerd op groei, groei en nog eens groei. En dat leren we niet een-twee-drie af. Dat zit onderhand diep in ons DNA. Ik vrees dat we erg weinig tijd hebben om collectief een andere, op verminderen gerichte levenshouding aan te nemen.

Bovendien zijn er nog zo veel mensen op aarde voor wie meer een dagelijkse droom is. En dat is begrijpelijk. Als je ziet hoe de wereldwijd actieve media met reclamebombardementen willen laten inzien hoe happy de wereld van het hebben is, dan kun je het nikshebbers niet kwalijk nemen dat ook allemaal te willen. Wie zijn wij om hun te ontzeggen wat we zelf al zolang tot onze beschikking hebben?

Het zou voor ons, die ruim voorzien zijn, eenvoudig moeten zijn om te minderen. Maar veelhebbers consumeren zich nog steeds een slag in de rondte. Het woord minder is in onze neo-liberale samenleving helaas een woord voor losers. En niemand wil een loser zijn…”

Het schilderij (No) Surrender laat Wouter zelf zien. Blootsvoets staat hij met gebogen hoofd op rode (verbrande?) aarde tegen een pikzwarte achtergrond in wat het laatste restje overgebleven licht lijkt. Aan de lange stok die hij over zijn schouder draagt, hangt een wit overhemd als witte vlag. Het is een beklemmend, apocalyptisch beeld dat associaties oproept met Don Quichot en Greta Thunberg.                      

Heb jij als kunstenaar een verantwoordelijkheid naar de wereld?

“Verantwoordelijk ben ik net zoals ieder mens. Ik probeer te consuminderen en me niet te omringen met allerhande onnodige zooi uit de Actions van deze wereld. Ik probeer op materieel en immaterieel gebied bewust te leven. Dat lukt redelijk. Al kan het natuurlijk altijd beter. Daarnaast heb ik de ijdele hoop dat we door de maatschappij anders te bekijken veranderingen in beweging kunnen zetten. Kunstenaars kunnen daar een grotere rol in spelen. Ze kijken van nature achterstevoren, ondersteboven en binnenstebuiten naar de wereld om hen heen. Ze zijn in staat om van niets iets te maken en blijven altijd vragen stellen. Dat hoeft niet te betekenen dat de kunst die ze maken per definitie vernieuwend of revolutionair is. Het gaat om de manier van zien.

Ik kom op veel plekken en spreek heel verschillende mensen. Gesprekken met kunstenaars lopen vaak uit de normale pas. Kunstenaars associëren gemakkelijk en weten uit ogenschijnlijke onontwarbare gegevens tot ongedachte oplossingen te komen. Zet eens een paar kunstenaars – schrijver, schilder, acteur, dichter, of componist (m/v) – in de raad van bestuur van een grote bank of multinational. Tien tegen één dat ze veel breder naar de kwartaal- en jaarcijfers kijken, onverwachte conclusies trekken die een ander perspectief bieden.”

Dat is een boeiende gedachte! Maar, nog afgezien van de vraag of ze in een bestuurskamer aan zouden willen schuiven, hebben hedendaagse kunstenaars dan vooral de intentie om de wereld béter, rechtvaardiger te maken?

“De hedendaagse kunst is in zijn uitingen breder dan ooit. Alles kan – geplaatst in de juiste context – kunst worden. Een banaan door een kunstenaar met plakband aan de wand van een museum geplakt heet kunst. Diezelfde banaan op het aanrecht in de keuken van een bijstandsmoeder vertelt een ander verhaal. Een banaan aan het plafond in de woonkamer van een studentenhuis heeft geen kunstzinnige context; het is hooguit een beetje raar.

Behalve bananen aan de muur, een Banksy die op een veiling door een papierversnipperaar gaat, is er nu ook de zogenaamde NFT-kunst (Non Fungible Token) of blockchaintechnologie die eigenlijk meer een code is, een kunstvorm zonder directe zintuigelijke beleving. Ach, het past in de tijd waarin we leven, anders kreeg het niet zoveel aandacht, en bracht het niet zoveel geld op. De kunstwereld kan helaas ook, het woord zegt het al, een kunst-, een namaak-, een nepwereld zijn. Men zoekt er vol overgave naar de nieuwe kleren van de keizer. Soms verbaas ik me. Soms, zoals bij de Banksy, geniet ik ervan, maar verder houd ik me er niet mee bezig. Het is het populistische topje van de kunstberg dat overdreven veel media-aandacht krijgt. Ondertussen zijn er overal ter wereld hardwerkende bezielde kunstenaars interessante dingen aan het scheppen. De kwaliteit van deze kunst is verrassend en hoog. Ze bereikt een minder groot publiek, maar draagt bij aan dat andere perspectief dat we zo nodig hebben.”

Ik moet denken aan Great Expectations, het eerste schilderij dat ik van Wouter zag. Het toont twee mannen die doende zijn met een aluminium uitschuifladder. Beiden dragen een spijkerbroek en een halflange jas. Het kunnen buren zijn die elkaar helpen met een klus op het dak, een tafereel dat zich in je eigen straat zou kunnen afspelen. Maar als je vérder kijkt, zie je dat beiden een hoofddeksel dragen dat je alleen nog maar in een museum of op het toneel zult aantreffen. En het meest bevreemdende is dat ze in het open veld staan zonder zelfs maar een spoor van een gebouw of dakgoot om hun lange ladder tegenaan te zetten. De top van de ladder rijkt ver uit boven de bomen verderop en priemt door het wolkendek tot in een stukje hemelsblauw. Niets wijst op een grap of stunt; de houding van de heren laat er geen misverstand over bestaan dat zo dadelijk één van beiden naar boven zal klimmen.

Als ik Wouter ernaar vraag, zegt hij: “Ik schilder graag dingen waarvan je zou denken dat ze niet kunnen, maar dat je door het beeld gaat geloven dat het misschien tóch kan.”

Heb je altijd met deze intentie geschilderd? Of zit daar een al dan niet bewust gekozen ontwikkeling in?

“Toen ik halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw als tiener mijn eerste schilderijtjes maakte, wilde ik al dingen die niet voor de hand liggen op een realistische manier schilderen. Schilderijen maken die op de rand balanceren van de gangbare werkelijkheid. Later toen ik eenmaal kunstgeschiedenis in mijn vakkenpakket had, leerde ik over surrealisme en magisch realisme. Aan die stromingen is mijn werk zeker verwant. En die wijze van werken is geënt op de manier waarop ik van nature naar de wereld kijk. Mijn werk is altijd verhalend geweest en dat zal ik niet snel loslaten. De meest in het oog springende ontwikkeling door de jaren heen is de schildertechnische groei. Om goed realistisch te kunnen schilderen moet je vlieguren maken. De verhalen die ik schilder hebben aan verdieping gewonnen, maar dat is een kwestie van rijper worden en dat komt met de jaren en als vanzelf.”

Je hebt je naast het schilderen ook aan het schrijven gewaagd met Een hemel voor Theo. Hoe verhouden zich bij jou deze manieren van uitdrukken?

“Je zou kunnen zeggen dat ik verder schrijf waar mijn schilderijen ophouden. Visuele ideeën laten zich goed schilderen, meer filosofische invallen giet je makkelijker in woorden. Schilderen en schrijven zijn voor mij complementair. Taal en beeld zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zowel tijdens het schilderen als tijdens het schrijven. Ik schilder dagelijks en ik schrijf dagelijks. Overdag in mijn atelier schrijf ik vooral over wat ik doe, denk en voel. Schrijven is voor mij spiegelen in woorden en schilderen is reflecteren in beelden. Het dagelijkse schrijven vormt wel de basis voor de fictie die ik schrijf. Vergelijk het met schetsen ter voorbereiding van een schilderij. Het houdt me scherp in waar ik mee bezig ben, én in waar ik heen wil.”

Voor ik afscheid neem laaf ik me nog even aan het schilderij Free your mind. Het komt me nu voor als een visuele samenvatting van ons gesprek. Niet alleen omdat er geschreven tekst in het geschilderde beeld voorkomt, maar vooral omdat het een krachtige oproep is onszelf te bevrijden van beperkende gedachten en conventies en op een nieuwe manier te kijken naar onszelf en de wereld waarin wij leven. En die oproep geldt niet alleen de toevallige voorbijganger maar net zo goed de wereld van religie waar de dorpskerk voor staat. Met een glimlach constateer ik dat het de kunst is die in dit schilderij ook de religie zelf een por geeft en haar met een vette knipoog bepaalt bij haar missie een bevrijdend perspectief te bieden. Wouter, bedankt!

Kunstschilder Wouter Berns (Zevenaar 1970) studeerde in 1992 af aan de kunstacademie in Kampen. Hij exposeert zijn werk sinds 1991 in binnen- en buitenland. Berns woont en werkt afwisselend in Kampen en Noord-Frankrijk, waar hij een tweede atelier heeft. Zijn schilderijen zijn permanent te zien bij Galerie Tripmaker in Kampen. In 2020 debuteerde hij als schrijver met de korte roman Een hemel voor Theo die bij uitgeverij Van Warven verscheen. Voor meer informatie: www.wouterberns.nl.

Door Dirk van de Glind

 

(Visited 10 times, 1 visits today)