Recensie : Het Rode Boek : door Lambert de Kwant

Het Rode Boek: een indrukwekkend hoofdstuk uit het leven van Jung

Tekst: Lambèrt de Kwant

Carl Gustav Jung heeft zijn complete innerlijke reis vastgelegd in het Rode Boek, dat was geschreven in een kalligrafisch schrift en geïllustreerd met talloze tekeningen van wat hij ervoer. Dit Rode Boek, inclusief de ‘zeven preken tot de doden’, werd in 2009 uitgegeven als facsimile van het origineel.
Het is de verdienste van uitgever Van Warven het in het Nederlandse taalgebied uit te geven
Er bestaan maar weinig ongepubliceerde werken die nu al zo’n verrijkende invloed hebben gehad op de sociale en intellectuele geschiedenis van de twintigste eeuw als dit Rode Boek of het Liber Novus. Het boek, dat door Jung zelf werd beschouwd als de kern van zijn latere werk, wordt al langer erkend als de sleutel om het ontstaan van dat latere werk te kunnen begrijpen. Maar afgezien van een paar aanlokkelijke vluchtige kijkjes bleef de tekst ontoegankelijk voor studie.

Het Liber Novus van C.G. Jung lag tientallen jaren in een Zürichse bankkluis. Het is de vraag of Jung het ooit bedoeld heeft voor publicatie. Maar toen het in 2009 verscheen werd het meteen ‘de graal van het onbewuste’ genoemd. Het boek werd snel bekend als Het Rode Boek: de kleur van de leren omslag van het oorspronkelijke Liber Novus. Het is het verslag dat Jung van zijn crisis van 1913-1916 maakte. Jung beschrijft hoe hij zich overgeeft aan een diepgaand innerlijk proces, waarbij hij uiteindelijk zijn eigen ziel ‘hervindt’. En hoe hij werd ingewijd in de geheimen van de menselijke psyche. Alle dromen, ervaringen en inzichten noteerde hij nauwgezet. Zijn aantekeningen werden een procesverslag dat uiteindelijk resulteerde in het Rode Boek.

Confrontatie met het onbewuste.

In 2000, bijna veertig jaar na Jungs dood, gaven zijn erven toestemming tot publicatie van deze omvangrijke persoonlijke notities uit de jaren 1913-1916, de weerslag van zijn eigen confrontatie met het onbewuste. Door middel van ‘actieve imaginatie’ probeert Jung (1875-1961) zijn innerlijke processen te doorgronden. Het resultaat is het verslag van zijn eigen individuatieproces aan de hand van dromen, visioenen en fantasieën en psychologische beschouwingen daarover. Jung noemde het zelf de kern van zijn latere werk, maar het persoonlijke en onvoldoende wetenschappelijke karakter ervan deden hem zijn leven lang aarzelen het te publiceren. Tien jaar na de publicatie in het Duits verschijnt nu de Nederlandse vertaling. Een prestatie van ongekend belang van deze nog vrij jonge uitgeverij die al eerdere opvallende boeken op haar naam heeft staan.
Het overigens nu witte boek, fraai uitgegeven met een rood vlakje in het midden, bevat diverse inleidingen (in totaal honderd pagina’s) die het boek cultuurhistorisch situeren en verbinden met Jungs leven en werk en het geheel wordt nog eens ondersteund door een notenapparaat van maar liefst honderdvijftig pagina’s. Een boek dat als een belangrijk historisch document beschouwd mag worden voor wie zich verder in Jungs leer wil verdiepen. Een must voor degenen die al eerder geïnspireerd werden door het gedachtegoed van Jung.
Een dikke pil, dat wel, haast 600 pagina’s, maar om een cliché te gebruiken, dan heb je ook wat!

Al eerder schreef Jung ‘De jaren waarin ik bezig was met mijn innerlijke beelden waren de belangrijksten van mijn leven; in die periode werden alle wezenlijke dingen besloten…(1)
Vanaf die tijd mocht ik niet langer alleen mezelf toebehoren. Vanaf die tijd behoorde mijn leven de gemeenschap toe. De inzichten waar het mij om ging, of waar ik naar zocht, waren in de wetenschap van die tijd nog niet te vinden. Ikzelf moest de oerervaring beleven en bovendien proberen de resultaten van mijn ervaring te planten in de aarde van de realiteit.(…) Vanaf dat moment stelde ik mezelf ten dienste van de psyche. Ik was er dol op en haatte het, maar het was mijn grootste rijkdom. Mezelf eraan overgeven (…) was de enige manier waarop ik het leven kon verdragen en zoveel mogelijk als totaliteit kon beleven.(…)
Het heeft me praktisch vijfenveertig jaar gekost om dingen die ik toen ervoer en opschreef te gieten in het vat van mijn wetenschappelijke werk.(…) Dat was de oerstof die me dwong om ermee aan de slag te gaan.( …) Het was prima materia voor mijn levenswerk. {1}

In het Rode Boek schrijft Jung onder meer: ‘Die nacht drong het bestaan van de dood tot me door.(…)
Ik betrad de innerlijke dood en zag dat uiteindelijk sterven beter is dan de innerlijke dood. En ik besloot van buiten te sterven en van binnen te leven.(…) Ik wendde me af en zocht de plaats van het innerlijk leven!’.

Het Rode Boek is een indrukwekkend hoofdstuk uit het leven van Jung. Het vermaarde boek met een roodleren band, dat Jung aanvankelijk Liber Novus (Nieuw boek) noemde. Het geeft een proces weer dat qua energie oorspronkelijk en qua reis labyrintisch was en dat de oorsprong van zijn psychologie werd ‘- ‘het spirituele begin dat alles bevatte’, schreef hij in 1957, vier jaar voor zijn dood. Cay Baynes een voormalige patiënt die voor Jung de tekst transcribeerde, noemde het een verslag van de door-gang van het universum door de menselijke ziel’.
Treffend verwoord! Het boek doet immers verslag van de zoektocht, ervaringen en aanvankelijke bevindingen van een men die op zijn veertigste naar eigen zeggen eer, macht, rijkdom, kennis en elk menselijk Geluk verworven had’, maar op de een of andere manier tegelijk zijn ziel was kwijtgeraakt. ‘Meine Seele, meine Seele, wo bist du?’ Mijn ziel, mijn ziel, waar ben je?’ schreef Jung in de Zwarte boek-reeks die voorafging en werd uitgewerkt in het Rode Boek. Een zin die me al jaren is bijgebleven en ook mijn vraag was en is.

En elders zegt hij: Vele jaren heb ik rondgedoold, zó lang dat ik vergat dat ik over een ziel beschik. Waar was jij al die tijd?’
Het is als recensent onmogelijk dit omvangrijke boek recht te doen. En met het citeren van stuk voor stuk boeiende teksten, plaats je die wellicht niet in de context.
Volgens sommigen maakte Jung een diepe persoonlijk crisis door; hij begon aan een nieuw hoofdstuk in zijn leven, wat leidde tot een intellectuele revolutie. Hij begon het Rode Boek te schrijven in 1914, net voor het begin van de Eerste Wereldoorlog toen hij als arts en psychiater in Zwitserland werkzaam was. Hij toonde zich diep teleurgesteld in de mensheid en heel sceptisch over de rationele en materialistische wetenschap van zijn tijd.
Het Rode Boek, een nogal duister werk, waarin je blijft lezen en blijft bladeren, en dat fascineert omdat ons hier wel een heel intiem kijkje gegund wordt in de geest van één van de grote geleerden van de twintigste eeuw en één van de grondleggers van de hedendaagse psychologie. Het boek fascineert en raakt, omdat je (net als ik) merkt dat het boek niet nalaat wat met jezelf te doen, met je eigen psyche.
Her Rode Boek is geen nachtkastjeslectuur, maar regelmatig een hoofdstuk lezen is eigenlijk een must om Jung enigszins te begrijpen.
De aanvankelijke Engelse tekst heb ik niet gelezen en ik begreep dat dit beter zou zijn, maar deze Nederlandse vertaling mag er ondanks enkele tekortkomingen, zoals wet taal- en spelfouten, wel degelijk zijn.
Veel waardering voor uitgever Van Warven die het aandurfde dit omvangrijke levenswerk in deze vertaling uit te brengen.

(1) Copyright © Stiftung der Werke C.G. Jung, Copyright © Robert Hinshshaw}

5 sterren