Lout Jonkers

Lout Jonkers over het geheim van schepper en schepping

Godsdienst is een zaak van het hart

We doen het geheim van de schepping onrecht, wanneer we dat levende geheel slechts zien als een ingewikkelde machinerie, zonder ziel, zonder bestemming en zonder zin. Lout Jonkers is er heilig van overtuigd dat er erkenning nodig is van zin en bezieling van natuur en mensheid. Maar dat niet alleen: deze erkenning vraagt om een respectvolle plaats voor het menselijk bewustzijn in onze beleving van de steeds evoluerende eenheid van schepper en schepping.

Hoe heeft Lout Jonkers zijn werkzame leven doorgebracht?
“Ik was ooit wetenschappelijk medewerker aan de TU Delft en heb ondermeer bij het Ministerie van Onderwijs gewerkt in technologieontwikkeling. Op latere leeftijd ben ik met vreugde gezwicht voor de charme van religie. Alles leeft en beweegt voortdurend zinvol, niet alleen wij, maar… alles, ook gedachten, intenties, waarden. Mijn passie sinds die ontdekking is het verbinden van het menselijk bewustzijn met het Universele Bewustzijn van het geheim van de hele schepping dat mensen in alle religies God noemen.”

Waar haalt u de inspiratie vandaan als het gaat om de betekenis van het menselijk bewustzijn in het mensenleven?
“Om antwoord te geven op deze vraag, ga ik even te rade bij de ethicus Harry Kuitert. Hij schrijft: ‘Mensen die met kerk of geloof geen enkele band hebben, praten over God alsof het niks is. En inderdaad het is ook niks, met of zonder hoofdletter. God – en met hem de hele klassieke voorstellingswereld van het christelijk geloof – waart rond in onze cultuur als hapklaar taalbrokje en al lang niet meer als waarheid, waartoe de kerken hun leden plegen te verplichten. Geen waarheid meer. En dat is maar gelukkig ook! Want door haar waarheden zit de christelijke religie in de klem.’ Deze woorden van Kuitert hebben me uitgedaagd om de vraag te stellen wat je terugkrijgt als leerstellige waarheden zijn afgeschaft. Dus als het niet om waarheden gaat in al die voorstellingen, waar gaat het dan wel om? Kuitert besteedt er een boek aan om ‘te laten zien dat geloofsvoorstellingen van ‘verbeelding zijn’. Ook de christelijke.  Ik stond voor de uitdaging om het concept ‘verbeelding’ te laden met het mystieke wonder van de onverbreekbare verbinding tussen het menselijk bewustzijn en het universele bewustzijn, het bewustzijn van het geheim van de schepping.”

Hoe heeft u met uw ervaringen in het leven de weg afgelegd van bezieling naar spiritualiteit?
“Ik ben tot de conclusie gekomen dat de mens – met de mystieke beleving – ook het collectieve referentiekader kwijt is geraakt dat nodig is voor de ontplooiing van het geheim. Het geheim van de werkende eenheid van Schepper en schepping. Dat geheim bevindt zich in de middenkamer. Verlichte zieners, profeten en priesters, geleerden en godzoekers weten van dat geheim. De bevrijdende werkelijkheid – nu nog buiten onze taal en onze beelden – dichterbij dan we denken. Maar we zien het niet. Horen het nog niet. Voelen het niet. Het leven anders zien, anders horen, anders denken en anders doen – dat vergt anders (bewust)zijn. Ik ontdekte in het menselijk hart dat bewustzijn: het geheim van de schepping in ons en van ons in dat geheim. Dat is mystieke vroomheid in het schijnsel van onze toekomst; toekomst vanuit het licht van woordloos ervaren. Dat is zachtjes zingen van hoop en verlossing, in het dreigende duister; zingen tot ons duister lichter wordt.”

Hoe ziet uw bezieling eruit?
“Ik wil het zoeken aanmoedigen, naar nieuwe wegen voor weten en geloven. Nieuwe doortochten door de woestijn van ons leven. Werkende gemeenschappen als kerken en loges kunnen daarbij het voortouw nemen. Onderwijs in socratisch gesprek met mystiek bewogen burgers mag leiden tot bewust getuigen van het ‘Geheim’ dat mensen God noemen. Zo mogen een nieuw mensbeeld en een nieuw Godsbeeld zich in de wereld ontplooien tot een nieuw heilsbeeld en een nieuw wereldbeeld. In de hoop dat dat geconcretiseerd wordt in een nieuw spiritueel bewustzijn en een nieuw maatschappijbeeld. Zo komt een wezenlijke verandering tot stand van de spirituele verbinding tussen God, mens, kerk en maatschappij. Tussen het universele bewustzijn van de eeuwige en oneindige substantie van de eenheid van schepper en schepping, en het bewustzijn van het schepsel mens.”

De zin van het leven ligt in het ontdekken van datgene waar we als mens voor in de wieg gelegd zijn. Wat is dat in uw persoonlijke zoektocht geweest?
“Ik vroeg me af wat het verschil is tussen wanen en geloven? Wat is geloven en wat is weten in religieuze context? Weten omvat – met rede en verstand – waarneembare feitelijkheden kennen. Hans Küng schrijft in zijn boek over grote christelijke denkers: ‘Het eigene van godsdienst is een mysterieus ervaren; een bewogen worden door de wereld van het eeuwige. Bij godsdienst gaat het dus om de hemelse vonken, die ontstaan als een heilige ziel aangeraakt wordt door het oneindige. Het gaat om direct aanschouwen en voelen. Het wezen van godsdienst is noch denken, noch handelen, maar aanschouwen en gevoel. Godsdienst is een zaak van het hart. Religie is zin en gevoel voor het oneindige. Godsdienst is het verinnerlijken van het oneindige in het eindige, het verinnerlijken van het heilige in het aardse en het menselijke.’ Geloven is innerlijk bewust beleven van het heilige. Mystiek is bewust beleven van de intieme verbinding tussen ons mensen en het heilige in de schepping.”

Was er in uw maatschappelijke leven ruimte voor spiritualiteit?
“De bloei van ons spiritueel bewustzijn bevorderen, dat was altijd mijn doel. Ik zie mijn werk als het aandragen van ‘bouw-blokken’ en ‘bouw-methodes’ om te werken aan de realisatie van werkende bewustwordings- gemeenschappen. Religieuze bewustwording staat voor mij in het teken van het intuïtief beleven van ‘het mysterie’ van het bestaan. Het beleven van de verbinding van ons persoonlijk en collectief bewustzijn met het geheim van de schepping, het geheim dat mensen God noemen, dat is spiritualiteit.

Bent u naast een spiritueel ook een religieus mens?
“Zoals ik religie heb gedefinieerd, gaat het om een zaak van het hart. Over het spirituele gesproken. In onze wereld is overigens veel meer aan de hand dan de secularisatie, de verzanding van spirituele referentiekaders voor ons gedrag en de platte materialisering van ons toekomstbeeld. Onze cultuur van rationaliteit en lichamelijkheid verdringt de cultuur van emotionaliteit en spiritualiteit. Met termen uit de Chinese filosofie kunnen we stellen: Yang verdringt Yin. Rationele masculiniteit onderdrukt emotionele en spirituele femininiteit.

Zo verkilt onze bewuste identiteit en verdampen ons gevoel voor goed en kwaad. In die normvrije ruimten van onze samenleving bloeit het onkruid van materialisme, egocentrisme, extreem liberalisme, narcistisch en ongefundeerd positivisme. Dit alles is overigens niks nieuws onder de zon. En daar komt mijn definitie van religie in beeld. Bij monde van Jesaja laat onze Schepper weten dat Hij dit gedrag verafschuwt. Over macht en kwaad sprak Jesaja lang geleden immers al (Jesaja 33 vers 15 en 16): ‘Wie rechtvaardig leeft en de

waarheid spreekt, wie woekerwinst door afpersing weigert, wie aangeboden steekpenningen afwijst, wie niet wil toehoren als een moord wordt beraamd, wie niet kan aanzien hoe het kwaad geschiedt – hij zal hoog hierboven wonen, veilig in de onneembare rotsburcht; in zijn brood wordt voorzien, aan water is nooit gebrek’.”

Maar je vindt dat gedachtegoed toch in alle religies? Het gaat toch om een universeel bewustzijn?
“Ja, natuurlijk. Vraag aan een goede Rooms katholiek: ‘Waartoe bent u op aarde?’ en het geoefende antwoord luidt: ‘Om God te dienen en in het heerlijk hiernamaals te komen’. Stel de vraag aan een moslim en hij antwoordt: ‘Om de hele wereld te bekeren tot de Islam’. En een Boeddhist antwoordt: “Om zuiver te leven en daardoor in het Nirwana te komen.’ Een humanist zal antwoorden: ‘Om mens te zijn, door in het hier en nu blijvend te trachten mens te worden.’ De taoïst vat de betekenis van de Tao samen als: uit liefde en respect voor het leven in jezelf zoeken naar de bron van de innerlijke kracht.
In het boek Bronnen van het zelf onderzoekt de filosoof Charles Taylor ‘langs verschillende lijnen van onze moderne opvatting van wat het is een handelend mens, een persoon, een zelf te zijn’. Taylor komt tot de conclusie dat individualiteit en ethiek thema’s zijn die onontwarbaar met elkaar zijn vervlochten.
Hij klaagt dat de moderne moraalfilosofen zich richten op de vraag wat ‘goed handelen’ is en niet zozeer wat ‘goed zijn’ betekent. Het gaat mij erom die existentiële aspecten van het ‘mens zijn’ te verbinden met het universeel bewustzijn van het verschijnsel mens.
En dan Hans Stolp. Hij reikt in zijn boek De bijzondere tijd waarin wij leven, naar diepere lagen van ons geestelijk zijn. Hij schrijft: “Wij stellen elkaar steeds vaker existentiële vragen zoals “Wie ben ik? Waarom leef ik op aarde? Wat is mijn missie, of wat is de opdracht van mijn leven?” Wat is goed en wat is kwaad en welke betekenissen hebben die fenomenen? Deze vragen zijn opvallend, omdat ze niet uit ons gewone ratio voortkomen – we bedenken ze niet – maar ze komen uit diepere lagen van onze ziel. Steeds komen ze weer terug. Ze komen uit het hogere deel van het ik. Dat wordt meestal het geestelijke ‘zelf’ genoemd. Het is onze geestelijke kern, dat wat we in diepste wezen zijn. Ons geestelijke ‘zelf’ stamt uit de goddelijke wereld en maakt deel daarvan uit…. Ook wel de druppel uit de zee van het Goddelijke genoemd, de Godsvonk of het hogere Ik. Het leeft in de diepte van onze ziel, onbewust van het alledaagse, aardse bewustzijn.”

Dit artikel is overgenomen uit het magazine Vrijmetselarij
Klik op de illustratie van het boek voor meer informatie.