Luisteren bij maanlicht cover gijsbertsen

Recensie Luisteren bij maanlicht

Boekrecensie door: Evert Pieter van der Veen

HET WOORD AAN HET WOORD

De auteur, predikant in de PKN, is een ware ‘schriftgeleerde’ die de kunst verstaat én de kennis bezit om de bijbel te laten spreken.
Hij volgt in dit boek het zonnejaar en begint bij Pasen en vervolgens komen kerkelijke perioden en feestdagen ter sprake. De duidelijk aanwezige achtergrond is het Joodse maanjaar. Het boek is verdeeld in negen perioden die in korte inleidingen steeds worden getypeerd.

De lezer voelt zijn persoonlijke betrokkenheid: deze waarheid lééft voor hem. De uitleg is helder en heeft tegelijk ook diepgang. Hij heeft kennis van de literatuur en citeert gedichten. Naast verbanden met de Joodse bijbel en het Joodse denken, weet hij verhalen zó uit te leggen dat ze voor ons tot leven komen en van betekenis zijn.

Prachtig is de verwijzing naar een tv programma waarin iemand die zonder ogen is geboren, wordt geinterviewd. ‘Wie is nu eigenlijk gehandicapt?’ vraagt hij zich af.
Zijn typering van Noomi doet haar tekort: hij heeft te weinig begrip voor haar na de drie verliezen die zij heeft geleden. Mág zij bitter zijn?

Een boek met een rijke inhoud waar de lezer veel wijzer van kan worden!

Bart Gijsbertsen: Luisteren bij maanlicht
Een gang door het kerkelijk jaar met een oor naar de synagoge
Van Warven Kampen, 278 pag. € 17.95

Evert Pieter van der Veen : Pastor Protestantse Kerk lid Sprekersplatform uitvaartspreker auteur poëzie/muziek lid Vereniging Geestelijk Verzorgers

Recensie : Thuis in twee werelden – Winand M. Callewaert

Is het mogelijk om je eigen geloof en zingeving te verrijken in een ontmoeting met een andere gelovige traditie? Als 22-jarige, in 1965, vertrok Callewaert als jezuïet naar India, om er de evangelische boodschap te verkondigen. Na een jaar taalstudie kreeg hij de opdracht om verder talen te studeren en zo belandde hij in Benares, het Rome van hindoe India. Met hindoe professoren als ‘goeroe’ studeerde hij Sanskriet en Hindi en kreeg hij een ernstige inleiding in het hindoe denken en de hindoe cultuur. In de eerste hoofdstukken van het boek wordt verteld hoe hij, intellectueel en emotioneel, opgevangen werd in een hindoe familie. Na enkele jaren vertrok hij naar de bergen voor de studie theologie. Daar werd duidelijk dat voor hem zijn Benares ervaring niet te rijmen was met de theologie van die dagen. In 1971 kwam hij terug naar Leuven, verliet de sociëteit, promoveerde en bleef er tot 2008 doceren en onderzoek verrichten. Meer dan 60 keer keerde hij terug naar India, totaal bleef hij er meer dan tien jaar.

Vier invloeden bleven zijn leven bepalen: de psycholoog Boeddha, de goden en wijsheid van de hindoes, Jezus de wijze gelovige en Ignatius de gelovige psycholoog.

Wat dit inhoudt tracht hij uit te leggen in Thuis in twee werelden.

Het is geen theoretisch werk. Ik zou het eerder ervaringsmatig beleefde informatie noemen. Langs de ene kant vernemen we wat de wereldbeschouwing van het hindoeïsme aan de auteur zelf heeft gedaan, hoe ze hem heeft veranderd. Langs de andere kant tracht hij ons met verschillende hindoe verhalen in te leiden in die wereldbeschouwing zelf. Om in die literatuur binnen te komen moet de lezer wel even doorbijten, maar de beloning is groot. Men moet uitgaan van de vedische uitspraak die 3500 jaar oud is: ‘Het Ene ís, de wijzen hebben het vele namen gegeven.’ Heel die godenwereld wijst op het goddelijke in vele ‘Nederdalingen’. De hindoe gelovige is heel vrij, niemand verplicht hem te kiezen voor welke vorm ook. En misschien kunnen ook wij voor onze mythen de uitspraak gebruiken van de dame in Kandy, Sri Lanka, bij het allerheiligste schrijn van de tand van de Boeddha: ‘Ik weet dat het niet de tand is van de Boeddha, maar ik geloof het’.

Interreligieuze dialoog is een moeilijke zaak omdat elke religie meestal haar eigen gekleurde bril op heeft en overtuigd is van haar waarheid. Geen enkele religie wil die bril afnemen en openstaan om te leren van de ander en te veranderen. Het hindoeïsme interesseert zich niet aan zulke benadering. Callewaert drukt het op humoristische wijze zo uit. Een zelfbewuste jezuïet, met wie hij door Indië reisde, vertelde dat hij de volgende ondertitel voor zijn boek over interreligieuze dialoog had gevonden:  ‘Een christen is een bedelaar die aan zijn collega’s bedelaar zegt: Ik heb brood gevonden.’ Ik suggereerde de volgende variant: ‘Een christen is een bedelaar die tot zijn collega’s bedelaar zegt: Ik heb ook brood gevonden.’ Maar een pientere dame, collega in mijn faculteit, verbeterde mij en zei: ‘Een christen is een bedelaar die aan zijn collega’s bedelaar vraagt: ‘Hebben jullie al brood gevonden?’ De jezuïet kon er niet mee lachen.

Voor Callewaert is het gesprek tussen gelovigen van de vele richtingen maar mogelijk langs een openheid voor het goddelijke Ene, door open te staan voor de Ene Werkelijkheid die zich aanbiedt. Mensen geven Het vele namen.

De auteur eindigt met twee Sanskriet woorden die fundamenteel zijn geworden voor zijn leven: ānandam (harmonie) en karunā (liefdevol erbarmen), je gedragen weten en zelf dragen, ondersteund worden en ondersteunen. Aanbevolen lectuur.

Door Bob Ceusters sj in het tijdschrift Jezuïeten, augustus 2018

 

Recensie ‘Jezus, een mensenleven’

In de veertig dagen die voorafgaan aan Pasen bezint de kerk zich op het lijden van Jezus en zoekt ze de verbinding met het lijden van zoveel mensen vandaag. Telkens weer stuit ze daarbij op de grote vraag wie Jezus is; dit kind, over wie bij zijn geboorte zulke grote woorden zijn uitgesproken en die zich  nu gevangen laat nemen, bespotten en kruisigen. Wie is hij? Bij zijn doop klinkt uit de hemel een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’

Op een zeker moment stelt Jezus die vraag aan zijn leerlingen. En als hun woordvoerder spreekt Petrus vervolgens de geladen woorden uit: u bent de messias, de Zoon van de levende God. Enkele eeuwen spreekt de kerk op één van haar concilies (Chalcedon, 451) uit, dat Jezus waarachtig God en waarachtig mens is. Daarmee probeert de kerk boven diepe verstaanskloven en grote tegenstellingen uit te komen, maar de formulering van de zg. tweenaturenleer van Christus is sindsdien een struikelblok voor het verstand en voor menigeen ook een blokkade voor het geloof.

Nu, meer dan vijftien eeuwen na de concilie-uitspraak ligt de vraag wie Jezus is nog steeds open, terwijl de kerk bepaald niet stil gezeten heeft in haar bezinning. Daarvan getuigt op indrukwekkende wijze Dr. Cees den Heyer in zijn pas verschenen boek ‘Jezus, een mensenleven. Een geschiedenis van een mens onder de mensen’. Den Heyer maakt de lezer deelgenoot van een lang leven bezig zijn met de Bijbel en dan vooral het Nieuwe Testament, toegespitst op de vraag wie Jezus is. Hij gaat daarin zorgvuldig en uitvoerig aan het werk. In 43 hoofdstukken laat hij zien tot welke inzichten de nieuwtestamentische wetenschap tot nu toe gekomen is.

Wat is theologie een boeiende wetenschap! Overal staat Jezus centraal. Maar wat lopen de inzichten uiteen. Alles staat of valt met de vraag welk gezag de Bijbel heeft. Iedereen weet dat de Bijbel niet uit de lucht is komen vallen, maar een ontstaansgeschiedenis heeft en zo ook bestudeerd mag worden. In verhalen lopen feit en fictie door elkaar heen. De Bijbel biedt geen historisch correcte informatie, maar wil opwekken tot geloof. Het is een geloofsboek. Wie enigszins thuis is in de kerk, kan zich herinneren dat Den Heyer ruim twintig jaar geleden een spraakmakend boek schreef over de verzoening, waarin hij afstand nam van de klassieke verzoeningsleer, die stelt dat het lijden en sterven van Jezus gezien  moet worden als een offer, dat gebracht moest worden om God en mens met elkaar te verzoenen.

In zijn nieuwste boek schrijft hij afscheid genomen te hebben van het klassieke christologische dogma. Voor hem was Jezus een mens van vlees en bloed, een mens onder de mensen. Bij de bestudering van zijn boek zweefde mij steeds de opmerking van rabbijnen voor de geest, dat elk Bijbelwoord 70 uitleggingen toelaat en dat straks, als de messias komt hij ons zal vertellen wat de juiste is. Ik wens dit boek in handen van theologiestudenten, predikanten, kerkelijk werkers en geïnteresseerde gemeenteleden.

De recensie verscheen als redactioneel in het ‘Ouderlingenblad voor Pastoraat en Gemeenteopbouw.

 

Prachtige recensie ‘Lieve Mens, Wees wat je Bent!’

‘In de Andes weven indianen al eeuwen lang hun kleding met felle kleuren in allerlei kunstige en symmetrische patronen. Ze zorgen er echter altijd voor dat er een fout in de symmetrie wordt gemaakt omdat perfectie volgens hen is voorbehouden aan de goden’. 

(Door Marjan van Druenen)

Zomaar een citaat uit ‘Lieve Mens, Wees wat je Bent!’ van Dirk van de Glind. ‘Een boek om langzaam te lezen’, zo luidt de ondertitel. En dat is precies wat het is, een boek om per hoofdstuk te lezen en op je in te laten werken. Dit stimuleert tot (zelf-)onderzoek! Van de Glind is docent levensbeschouwing en schrijft over de meest essentiële dingen in het leven. Als een ware filosoof schotelt hij vraagstukken voor die dwingen tot kritisch speurwerk in jezelf. Maar ook tot verwondering. Wordt stil en durf naar binnen te kijken is zijn motto.

Levensvragen, zingeving, identiteit (wie ben ik, wat wil ik?) en niet te veronachtzamen: levenskunst, dàt zijn de gespreksthema’s. Hoe word je werkelijk gelukkig? Hoe ontstaat boosheid en jaloezie, schuld en schaamte? Waar komt het kwaad vandaan? Zomaar wat vragen waar je uren over kunt peinzen en discussiëren. Van de Glind helpt je er bij. Hij neemt je aan de hand en laat mogelijkheden zien. Dit doet hij door heldere zinnen die in alle eenvoud veel wijsheid bevatten. ‘Je bent niet je ego. Je ego is in dienst van jou’. Slechts een paar woorden, maar zo veelzeggend. Geen kant en klare oplossingen, maar overdenkingen.

Realistisch is de auteur beslist. Hij geeft de lezer mee dat bij alles wat hij beweert, eigenlijk ‘volgens mij’ zou moeten staan. Dit wordt halverwege het boek nogmaals herhaald. Gebruikmakend van metaforen en voorbeelden uit zijn eigen leven, zodat het aangenaam leesbaar is. Hier en daar worden Bijbelse teksten toegepast, deze worden voorbeelden uit Het Oude Boek genoemd en zijn allerminst storend voor eventueel niet gelovigen. De tekeningen in het boek zijn in zwart/wit en niet hoogstaand, maar verduidelijken de tekst. Perfectie is tenslotte voorbehouden aan de goden!

Lieve Mens, Wees wat je Bent! Heeft als centraal thema: durf te zijn wie je in essentie bent. Het is een oproep tot authentiek leven. Vooral geschikt voor pubers en jong volwassenen, maar zeker ook volwassenen kunnen hier hun voordeel mee doen. Hmmm, wanneer ben je eigenlijk volwassen? Het zou een goede vraag kunnen zijn voor het vervolg wat al in de maak is: Lieve Mens, Lééf wat je Bent! Hierin zal de ontwikkeling van het ego en het daaruit voortvloeiende verkeerd begrepen eigenbelang worden belicht. Helaas moeten we daar nog even op wachten.

Marjan van Druenen, osirism@ziggo.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

recensie boek "Woorden van Christus" in Trouw op 22 juni 2016

Recensie in Trouw – Hannah van Binsbergen

Taaldilemma: Is het woord van God in mensentaal te vangen?

De schrijver
Michel Henry (1922-2002) heeft zijn leven gewijd aan het ontwerpen van een filosofie vanuit de ervaring van het leven. Dat is de rode draad die in zijn oeuvre onderwerpen zo verschillend als Marx en Kandinsky met elkaar verbindt. Filosofen, stelde Henry, concentreren zich te veel op één aspect van het leven: het denken. Het christendom speelt een grote rol in zijn oeuvre, omdat het geloof juist een aspect van het leven is dat niet primair op denken gefundeerd is. ‘Woorden van Christus’ is Henry’s laatste boek, in Frankrijk kort na zijn overlijden verschenen en nu in het Nederlands vertaald door Chris van Haeften en Andries Oosterkamp.

Thematiek
‘Woorden van Christus’ gaat over wat Christus zegt over zichzelf, over de mens en over God. In de theologie wordt gesproken van de dubbele natuur van Christus, hij is zowel mens als God. Dan kunnen we denken dat zijn woorden soms mensenwoord zijn, en soms woord van God. Maar voor beide vormen van spreken maakt Jezus gebruik van mensen taal, is dat geen groot probleem?
De taal van mensen, of het nu Aramees of Nederlands is, is een gesloten systeem dat in het gunstigste geval verwijst naar dingen in de wereld. Hoe kunnen we het spreken van God, die niet in de wereld is en die we niet tevoorschijn kunnen toveren om te laten zien waarnaar ons spreken verwijst, dan begrijpen in mensentaal?
De verleiding bestaat om de woorden van Jezus op te vatten als richtlijnen voor menselijk gedrag, maar Henry laat zien dat we het enorme belang ervan dan zouden missen. Want Christus is niet gekomen om ons te vertellen hoe we moeten leven, maar om ons eraan te herinneren wat we eigenlijk zijn: kinderen van God. Met behulp van taalfilosofie en fenomenologie pluist Henry sommige van de meest raadselachtige uitspraken van Christus uit, om uiteen te zetten wat die betekenen voor de menselijke conditie.

Mooiste zin
“Wie ernaar luistert waar het tot ons spreekt, hoort voorgoed het geluid van zijn geboorte in zich. Tot hem spreekt het Woord: ‘Ik heb je vandaag verwekt’.” In deze zin komt de aard van Henry’s interesse voor het christendom aan het licht. Hij begrijpt het spreken van God als iets wat zich in de affectiviteit van het leven openbaart, met andere woorden, in het hart. De meest schokkende en tegelijkertijd zo simpele boodschap die Christus ons brengt, is dat we het leven niet zomaar hebben: we hebben het gekregen. Hij identificeert de absolute liefde en absolute waarheid die we God noemen met het absolute leven, en daarin schuilt de originaliteit van het boek: voor Henry is het christendom de religie bij uitstek waarin de mens in zijn gehele wezen wordt aangesproken.

Reden om dit boek niet te lezen
Wie alle religie om te beginnen al onzin vindt, zal door dit boek niet overtuigd worden. Henry probeert geen 21ste-eeuws godsbewijs te geven. Het enige dat ‘Woorden van Christus’ probeert te doen, is serieus in te gaan op de filosofische vragen die het evangelie oproept, zodat we beter kunnen begrijpen waar het om gaat.

Reden om dit boek wel te lezen
Sceptische vragen en de stem van het gezond verstand krijgen genoeg ruimte: de kracht van het boek is dat de theologie het nooit van de filosofie overneemt. Het is toegankelijk geschreven en zelfs wie niet bijzonder geïnteresseerd is in religieuze vraagstukken kan het lezen als een origineel filosofisch werk. Voor de woorden van Christus kun je misschien beter de Bijbel lezen dan een filosofisch werk, zou je denken. Maar wie de Bijbelteksten ernstig opneemt, kan ze volgens mij niet anders dan ontzettend ingewikkeld vinden. Michel Henry laat de schokkende kracht van Christus’ woorden verschijnen alsof het iets volledig nieuws betreft, en juist doordat hij de filosofische implicaties ervan bespreekt, kan ik me niet anders voorstellen dan dat het voor zowel christenen als niet-christenen ongekend dichtbij komt.

Hannah van Binsbergen