lokroep van de vrijheid cover_groot

Recensie : Lokroep van de vrijheid

Vrij of onvrij? Dat is de vraag!

Het boek ‘De lokroep van de vrijheid’ gaat over de beperkingen van onze vrijheid. We laten ons ketenen door denkbeelden die ons worden voorgeschoteld door sociale media, tv en internet, maar ook door filosofische en spirituele denkmodellen. Datgene waarvan wij denken dat het vrijheid geeft, plaatst ons juist in een dwangbuis. Hoe kun je in deze omstandigheden toch als vrij mens leven? Dat is de kernvraag van dit boek.
De onvrije hunkeraar
Uit het boek kun je twee varianten van het menszijn distilleren: vrij en onvrij. Wanneer wij onvrij zijn, zijn wij onverzadigbare, claimende en manipulatieve wezens: bevestigingsjunkies die uit zijn op een wederzijdse bevrediging van behoeftes. Wij hebben dan grote moeite met ongekunsteld en eenvoudig zijn. Alsmaar pogen wij een betere en geslaagde versie van onszelf neer te zetten. We doen ons vriendelijker voor dan we zijn en zetten ‘gelegenheidsgezichten’ op. Deze show maakt ons tot huichelaars. Dit zijn niet mis te verstane bewoordingen van Halbesma, en de negatieve lading hiervan komt op mij als lezer wat cynisch over.
Maar waarom vertonen wij dit gekke gedrag? Halbesma zegt hierover dat we geliefd willen zijn en bang zijn voor afwijzing en om verlaten te worden. We hechten ons aan alles dat ons kan verlossen van dit gevoel. Dus streven wij als mensen continu naar… Naar wat eigenlijk? Het streven an sich is eigenlijk het hele probleem. We creëren een ik-idee, een identiteit en deze moet onderhouden worden met macht, succes, aanzien en een geslaagd leven.
Een vrij mens
Maar hoe verlos je jezelf van dit hunkerende ik? Daar geeft Halbesma ook een antwoord op, hoewel van een stappenplan geen sprake is. Hij stelt dat vrijheid niet in handleidingen gedijt. Het is daarom geen leidraad, geen recept en het draagt geen ultieme wijsheid met zich mee. Het zet wel aan tot een volledig varen op jouw authenticiteit. Halbesma schetst de contouren van een vrij mens. Deze is volledig authentiek, oorspronkelijk en leeft naar zijn aard en temperament. Het draait vooral om het loslaten van de hechting aan een ‘ik’.
De lat komt echter wel hoog te liggen waar een vrij mens wordt beschreven als iemand die geen wensen en verlangens meer heeft, en door niets en niemand meer geraakt kan worden. We doen in deze staat nergens meer moeilijk over, accepteren onszelf en omarmen alles. Maar is dat haalbaar? Ik vraag het mij af. Deze beschrijving in superlatieven plaatst enerzijds de meeste mensen in ‘het onvrije’ en dat is de staat van de manipulatieve hunkeraar! Niet helemaal representatief voor de mensheid wat mij betreft. Anderzijds maakt het de vrije staat voor de meeste mensen tot een utopische werkelijkheid.
Ontnuchterend
De kracht van het boek is dat je steeds meer jasjes uitdoet, van opvoeding, van conditionering, van alles wat je in je leven (aan)geleerd hebt. Op een expliciete manier wordt de wijze waarop wij leven naar de aan ons opgedrongen ideeën verwoord. Het is daarom een ontnuchterende leeservaring. Alle maniertjes die je je eigen hebt gemaakt om te ontsnappen aan een sleur of leegte worden hier genadeloos ontdaan van hun opsmuk. Ieder individu dat zich op een spiritueel, religieus of psychologisch pad heeft begeven moet stevig in zijn schoenen staan. Het wordt allemaal van de troon gestoten. Een dergelijk pad biedt geen vrijheid, aldus Halbesma. Het is vooral een elegante hobby voor de elite. Er is na dit boek geen vastklampen meer mogelijk. De lezers die een reddingsboei nodig hebben, zijn bij dezen dus gewaarschuwd. Het houvast in je leven, dat ben jij!
Labelvrij is blijkbaar vrijheid
Halbesma (1962) schrijft boeken over vrijheid om te leven naar je ware aard. Dat de schrijver geen identificatie met een ‘ik’ heeft is terug te zien in zijn schrijfstijl. Dit boek is geschreven in korte hoofdstukken in algemene taal waarin de ‘ik-vorm’ wordt vermeden. Er is geen zelfonthulling. In het boek zijn elementen te herkennen van het boeddhisme en de Advaita Vedanta, maar terwijl ik dit schrijf voel ik de hete adem van Halbesma in mijn nek: hij is geen aanhanger van denkwijzen en filosofieën. Iedere vooringenomenheid wordt bij voorbaat gepareerd. Het boek is hier en daar ook wat tegenstrijdig. Waar bijvoorbeeld geschreven wordt dat een vrij mens stopt met persoonlijke meningsvorming, kan ik mij niet onttrekken aan het gevoel dat dit relaas ook een mening is. Dat er een visie door de tekst heen sijpelt is niet voorkomen. Het wordt alleen niet gelabeld met een -isme. Labelvrij is blijkbaar vrijheid.
Ik vind het jammer dat de aandacht in het boek hier en daar meer naar taalfouten wordt getrokken dan naar de inhoud. Daarnaast levert het boek door de uitdagende pen van Halbesma soms wat ongemak op en dat maakt het niet per se een aangenaam boek. Dit ongemak legt wel de veronderstellingen van jou als lezer bloot. Dat maakt het boek confronterend in haar uitingen, maar nog meer in de eigen reactie daarop. Als je jouw overtuigingen uit wilt dagen, is dit boek zeker een aanrader.
Recensent Ilse van Leeuwen

de appel is weer barstig

Recensie : De appel is weer barstig

Over schuld die blijft schuren

‘Dit klinkt niet interessant,’ denk je wellicht als je de boektitel leest. Dat dacht ik ook. Daarbij is de kaft van het boek ‘De appel is weer barstig’ met een rot uitziende appel niet bepaald uitnodigend. Uitgeverij Van Warven stelde twee grote dozen met boeken ter beschikking die onze studenten mochten recenseren in ruil voor het boek. Onze boekentafel werd al snel leger maar het boek ‘De appel is weer barstig’ ging verschillende malen terug in de doos. Totdat mijn oog op de ondertitel viel: ‘Over schuld die blijft schuren’. Met het oog op de aankomende Capita Selecta Cursus ‘Betekenis- en hoopvol omgaan met lijden, schuld en dood’ die ik vanaf 21 januari en 27 mei verzorg was mijn interesse gewerkt. Ik nam zelf het boek mee om een recensie te schrijven.

Studiedag

Jacques Vos & Jos van der Leur organiseerden een studiedag over schuld omdat het in hun ogen een miskend thema is. Alhoewel verschillende schrijvers en filmproducenten oog voor schuld in hun werk hebben, is schuld in het leven van alledag verhuld. Dit is één van de drie kenmerken van schuld. De studiedag mondde uit in dit boek omdat een aantal deelnemers tijdens de studiedag werden geraakt. In de eerste alinea verontschuldigen de auteurs zich al bij voorbaat omdat het niet het mooiste boek is dat je ooit hebt gelezen. Desalniettemin willen zij aandacht blijven vragen voor schuld die blijft schuren nadat het Christendom op z’n retour is en het in onze postmoderne tijd wordt ontkend.

Schuld en aanverwante begrippen

De inleiding verkent het begrip schuld en aanverwante begrippen zoals schuldgevoel en schaamte. Schuld, als het willens en wetens een ander schade berokkenen, is een menselijk fenomeen dat van alle tijden is en in alle culturen voorkomt. Schuld is dus existentieel volgens Vos & Van der Leur die dit als tweede kenmerk noemen. Vos & Van der Leur illustreren dit o.a. met een kort gedicht van Willem Wilmink:

Wanneer je op de kansel staat
en over schuld en zonde praat,
herdenk dan ook eens in je preek
hoe jij die mooie meid bekeek.

Het derde kenmerk is dat schuld zich complex manifesteert. Daarbij maken de auteurs onderscheid tussen schuld en schuldgevoelens. Niet elke schuldige krijgt een schuldgevoel en niet aan elk schuldgevoel gaat schuld vooraf. En daarbij kan een schuldgevoel gezond en ongezond zijn. Na het lezen van de inleiding duizelt het me al op een plezierige manier. Er wordt veel aangereikt om over na te denken. Mijn initiële weerstand over de hoofdtitel en de kaft verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Drie delen

Na de inleiding kent het boek drie delen. In het eerste deel wordt schuld in historisch en cultureel perspectief gezet. Van het eerste Bijbelse verhaal over schuld – Eva die van de verboden appel eet en Adam verleidt om dit ook te doen – tot de autobiografie van kerkvader Augustinus waarin hij bekent ooit een peer gestolen te hebben. Van Calvijn die via de Heidelberger Catechismus leert dat de mens geneigd is tot alle kwaad tot bijvoorbeeld de andere kijk op schuld in de Afrikaanse cultuur waar schuld wordt vereffend tot magische rituelen.

Het tweede deel verkent de drie kenmerken van schuld – verhuld, existentieel en complex – in meer detail aan de hand van gedichten, teksten en muziek.

In het derde deel staat het omgaan met schuld centraal. Schuld kan verstikkend en allesoverheersend werken. Het is alsof een plaat in je hoofd blijft hangen. Vos & Van der Leur beschrijven drie invalshoeken om aan de alles overheersende greep van schuld te ontkomen: erkenning, vergeving en voorbeeldverhalen van Bijbelse figuren die met schuld kunnen leven.

Verborgen schat

Dit boek is een verborgen schat dat mijn inzicht in het thema schuld aanzienlijk heeft verrijkt. Het bracht me op het spoor van nieuwe literatuur van o.a. de Duitse theologe en therapeute Chris Paul. In haar boek ‘Schuld, Macht, Sinn’ ontwikkelt zij een werkmodel om de begrippen schuld en schuldgevoel van meerdere kanten te bekijken. Deze inzichten neem ik zeker mee in de aankomende Capita Selecta Cursus. Achter de minder aansprekende titel en de kaft van dit boek hebben Vos & Van der Leur een verborgen schat weten te creëren met tal van invalshoeken en voorbeelden over schuld. Het is misschien niet het mooiste boek geschreven over schuld maar in ons taalgebied wel het startboek als je je wilt verdiepen in het thema schuld.

Recencent : Ellen van Son

 

Recensie : Een hemel voor Theo

God is ook maar een mens

Het Einde kent geen woorden,
het Einde taalt niet

Wouter Berns is al meer dan 25 jaar kunstschilder en maakte voor zijn boek Een hemel voor Theo zelf de cover. ‘De gedachteloze filosoof’ loopt de hemeltrap op van 77 treden. Voor alle levensjaren één trede. Theo is die man van 77 en sinds lange tijd chronisch ziek. Wanneer hij het tijdelijke met het eeuwige verwisselt, ontmoet hij Petrus en wordt bewoner van het Hemelrijk. Alles wat hij daar ziet zijn zaken die hij ergens van herkent, zijn persoonlijke herinneringen krijgen een waar gezicht. Theo wordt gevraagd iets heel bijzonders te doen, of eigenlijk iets heel bijzonders te worden.

Berns is een getalenteerd man. Naast schilder is hij een waarachtig woordkunstenaar. Zijn zinnen bewegen zich tussen diepgang en wijsheid en geven stof tot nadenken.

‘Hij bevond zich in een bijzonder ergens dat nergens op leek’
‘Hij besefte dat de wil niet zonder kunnen kan’

Het geheel leest makkelijk, maar dat is meteen een valkuil. Het zijn weliswaar korte hoofdstukken, toch komt het boek het beste tot zijn recht wanneer het langzaam gelezen wordt, omdat het zoveel meer bevat dan slechts een goed verhaal. Er wordt gereflecteerd op het leven en de imperfectie van God. Bovendien is het verrassend actueel. Berns schrijft over hoe de huidige menselijke beschaving op een dood spoor zit, over het nutteloze van het westers materialistisch denken en over het leed dat macht met zich meebrengt. Gelukkig zijn er nog net genoeg mensen waarbij het God gelukt is om hen een fatsoenlijke ziel mee te geven. God heeft een geheim project en werkt aan een zielenupgrader om mensen naar een ander en hoger bewustzijn te brengen. Persoonlijk denk ik dat ‘zielenupgrader’ kans maakt op het Van Dale Woord van het Jaar 2021!

De naam Zwieperd, voor een engel, was ik minder enthousiast over, maar dat is dan ook het enige. Een hemel voor Theo is een hoopvolle vertelling met meerdere lagen. Het is een filosofisch werk dat antwoord kan geven op de eeuwenoude vraag: wat gebeurt er na de dood? Het is geruststellend, humoristisch en geeft inzicht. Laat het woord God je niet afschrikken, dit is vervangbaar en ingezet als beeldspraak.

Recencent : Marjan van Druenen

Meerdere recensie’s van : Het geheim van Elysion

Lees hier een recensie van Dr. Taede A. Smedes

Lees hier de recensie van Marjan van Druenen

Recensie : Droomschool in een droomstad

In zijn boek Een droomschool in een droomstad stelt Medhi Jiwa dat de huidige –verouderde – onderwijsvorm niet langer voldoet. Een nieuwe vorm van onderwijs, geïnspireerd op Hindoeïstische inzichten, zou volgens hem kunnen leiden tot een betere volksgezondheid. Een droomschool in een droomstad, met burgers die vanuit innerlijk leiderschap zorgen voor hun eigen én elkaars ontwikkeling, met respect voor ieders eigenheid, gezondheid en het kunnen Zijn in Vrede. Is dit een utopie of haalbaar?

Een andere visie op onderwijs

Jiwa stelt dat alle kennis al in een kind besloten ligt en dat het aan het onderwijs is om die kennis uit een kind te halen door voort te borduren op zijn natuurlijke nieuwsgierigheid. Op die manier leert een kind zichzelf kennen en richting geven aan zijn leven. Om te komen tot zulk innerlijk leiderschap is volgens Jiwa integraal onderwijs nodig. Integraal onderwijs omschrijft hij als méér dan alleen het stimuleren van de cognitie. Het zwaartepunt zou meer moeten liggen in de verwerking van de stof door middel van beweging en zelfreflectie. Yoga en meditatie maken daar deel van uit.

De ontwikkeling van de mens

Volgens Jiwa is een goede hechting van een kind de basisvoorwaarde om zich, zoals hierboven beschreven, te kunnen ontwikkelen. Hij noemt dit Basic Trust. Een goede hechting is cruciaal voor de verdere ontwikkeling van het kind. Een slechte hechting heeft gevolgen voor het onderwijs. De leerkracht is dan meer bezig met het herstellen van de ‘schade’, dan met het onderwijzen van het kind. Een prominente rol ligt volgens Jiwa dan ook bij de docent die zelfs gezien kan worden als psycholoog en levenslange mentor, ook na de basisschool. Maar voor het slagen van deze nieuwe vorm van onderwijs is ook de betrokkenheid van ouders van groot belang.

Integraal onderwijs en integrale gezondheid

Integraal onderwijs en integrale gezondheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in deze nieuwe school van Jiwa. De uitgangspunten van deze nieuwe school:

  • integraal onderwijs,
  • leren van binnenuit,
  • natuurlijke nieuwsgierigheid en de wens om idealen te volgen zijn leidend,
  • kunstzinnige expressie is de kern van het onderwijs,
  • zoveel mogelijk projectonderwijs én
  • de school is een veilige en geborgen omgeving voor ouder en kind.

Betere volksgezondheid vanuit innerlijk leiderschap

Het meest in het oog springende stuk in dit boek is voor mij de Hindoeïstische uitleg over de ontwikkeling van de geest en de roep om – bijvoorbeeld – spiritualiteit en esthetiek een plek binnen het onderwijs te geven. Het is interessant om te onderzoeken hoe deze materie kan leiden tot een betere volksgezondheid vanuit innerlijk leiderschap. Daarnaast worden de aanbevolen vakken samenhangend besproken, alsook de praktische benadering van deze vakken en de inrichting van het schoolplein.

In de actualiteit

Steeds vaker verschijnen er berichten in de actualiteit over de wetenschappelijke meerwaarde van activiteiten zoals yoga en meditatie als onderdeel van het lespakket. Kinderen die niet goed gehecht zouden zijn zouden hier goed gebaat bij zijn waardoor er minder onderwijstijd gaat zitten in het herstellen van de eerdergenoemde ‘schade’. Daarnaast zijn leerkrachten steeds meer ontevreden over hoe zij hun werk moeten uitoefenen en ligt er een grote druk op de jeugdzorg en de gezondheidszorg waar ook scholen mee te maken hebben. Voor Jiwa is dit laatste één van de drijfveren geweest om dit boek te schrijven.

Diepgaande veranderingen kosten tijd

Voor het verbeteren van de volksgezondheid is beter onderwijs nodig. Gezien de actuele ontwikkelingen binnen de overheid en het onderwijs is de visie van Jiwa het daarom waard om nader te onderzoeken. Echter, een diepgaande verandering binnen het onderwijs op zo’n grote schaal kost tijd, heel veel tijd. Dit boek is dan ook interessant voor iedereen die werkzaam is in – of te maken heeft met – het (ontwikkelen van beleid op) onderwijs, jeugd of de zorg.

Recensent: Sharon Reeb

Sharon Reeb is derdejaars student Transpersoonlijk Counselor aan de Academie voor Geesteswetenschappen. Ze is actief op het gebied van jeugd en jongeren (opvang, onderwijs en zorg) en begeleidt ouders op hun weg naar innerlijk leiderschap.

 

Recensie : Wonderen van ontwikkeling

Oud-hoogleraar alternatieve landbouw (Wageningen Universiteit) Jan Diek van Mansfelt (1943) noemt zich op zijn website een ‘biosoof’, iemand die de natuur beter wil begrijpen en respecteren. Het boek gaat over ‘levensprocessen, in het bijzonder over de … ingrijpende veranderingen in de ontwikkelingen van planten, mensen en projecten’. De auteur noemt ze metamorfosen. De metamorfosen bij planten (hoofdstuk 2) kunnen als voorbeeld dienen voor veranderingen bij mensen (hoofdstuk 3) en projecten (hoofdstuk 4). De auteur, die verantwoording aflegt voor de werkwijze (hoofdstuk 5), probeert ‘zich toegang te verschaffen tot de zinskwaliteit’ en wil dat lezers meer aandacht krijgen voor levensprocessen. Van Mansfelt maant de lezer zijn ‘exacte fantasie’ te gebruiken, een begrip ontleent aan onder andere Goethe en antroposoof Rudolf Steiner. Bestemd voor o.a. lezers die niet terugschrikken van een fenomenologische benadering van de natuur.

Recensent: E. Pelzers

Recensie : Een echte Groeneveld is onbuigzaam : Dagblad Tubantia

Almelo en het wonder van Dachau: hoe een palingboer en een rentmeester elkaar in Duits horrorkamp tegenkwamen

ALMELO – Gerrit Wolters uit Nunspeet schreef een boek over zijn familiegeschiedenis. Het verhaal Een Echte Groeneveld is onbuigzaam speelt zich vooral af in Groningen. Maar er staat ook een bijzonder oorlogsverhaal uit Almelo in. Over een merkwaardige vriendschap tussen de Almelose communistische verzetsman en palingverkoper Martin (Tinus) Hondebrink en rentmeester Paul Rogmans van Huize Almelo.

Toevallig weerzien in concentratiekamp

Paul Rogmans was als beheerder van Huize Almelo een gerespecteerd man in het vooroorlogse Almelo. Dit in tegenstelling tot Tinus Hondebrink, die als hulppalingverkoper bekend stond als een stevige drinker met een ‘losse levensstijl’. De mannen kenden elkaar al voor de oorlog vanuit Almelo en kwamen elkaar stomtoevallig  tegen toen Rogmans in mei 1944 in het Duitse concentratiekamp Dachau terechtkwam. De Duitsers pakten hem op nadat hij was verraden toen hij het Almelose kasteel had opengesteld voor ondergedoken Joden.

Arbeit macht frei  Bij de poort van Dachau, met de beruchte tekst ‘Arbeit macht frei’, gebeurde een wonder, zoals het door de familie Rogmans wordt genoemd. Bij aankomst werd Rogmans tot zijn grote verrassing herkend door de toen 28-jarige Almelose palingverkoper Tinus Hondebrink, die zei: ‘Ie bint de rentmeester van Almelo. Ie hebt mie ’n moal ehölpen en doarom help ik oe d’r noe deur’.

Verzwakt bij aankomst

Tinus Hondebrink, zoon van Hendrikus Hondebrink en Dina Groeneveld, was anderhalve maand nadat zijn vader met een benzine-injectie om het leven was gebracht in kamp Neuengamme op transport gesteld naar Dachau. Daar kwam hij aan op 1 augustus 1942 en kreeg er werk in de kampkeuken, in die omstandigheden zeker geen onbelangrijke positie.

Rogmans en Hondebrink kenden elkaar en blijkbaar had Rogmans Hondebrink een keer een dienst bewezen. Vandaar de aangeboden hulp. En die had Rogmans hard nodig, want hij kwam al totaal verzwakt in Dachau aan nadat hij ‘vreselijk was geslagen’ bij zijn arrestatie en in kamp Vught.  Hondebrink zorgde ervoor dat Rogmans kon aansterken en uiteindelijk het kamp overleefde.

Eindelijk weer aardappels

De twee mannen overleefden Dachau en kwamen in juni 1945 terug in Almelo. Voor Rogmans was die bevrijding een groot feest, blijkt uit het familiebulletin van Rogmans: ‘Ik mocht weer met een vork eten (in het kamp was alleen een lepel toegestaan) en ik kreeg weer gewone aardappels te eten. Ik was God ontzettend dankbaar dat ik als één der weinigen aan Dachau mocht ontsnappen’. Almelo was opgetogen en ontving de voormalige rentmeester zelfs met een welkomstlied.

Onaangename verrassing

Ook Tinus Hondebrink keerde ziek terug uit Dachau, maar hem stond een heel andere ontvangst te wachten. Tot zijn verbijstering waren er tijdens zijn afwezigheid twee kinderen geboren en bleek zijn vrouw Hendrika de Bruijn in verwachting van nummer drie. Maar niet van hem…

Vreemdgegaan? Ja, maar het kan natuurlijk zijn dat ze aannam dat Tinus was overleden. Hij was al drie jaar weg, zonder taal of teken. En dat nadat zijn eerste kinderen, de tweeling Diewerdina Klazina en Martin, in januari 1940 al na anderhalve maand waren gestorven, op dezelfde dag. Oorzaak onbekend.

Ik was God ontzettend dankbaar dat ik als één der weinigen aan Dachau mocht ontsnappen

Wijlen Paul Rogmans,, rentmeester Huize Almelo

Kinderen niet erkend

De nieuwe dochtertjes Hendrika Catharina (maart 1942) en Engeltje (augustus 1943) èn zoon Aart (juli 1945) werden dan ook niet door Tinus erkend, aldus kleindochter Angelique Middag-Kamphuis. Wie dan wel de vader was? Niemand in de familie die het weet. ‘Er was geen openheid bij ons in de familie’, zegt Angelique.

Helemaal doorgedraaid

Waarschijnlijk is zijn vrouw kort na de terugkeer van Tinus vertrokken naar Ede, want daar werd in juli 1945 Aart geboren. Twee jaar later overleed hij al. Geen wonder dat Tinus na alle ontberingen in Neuengamme en Dachau en zijn weinig opbeurende thuiskomst ‘helemaal was doorgedraaid’, zoals zijn neef Gerrit Verdriet uit Goor het noemt. Het zou tot mei 1947 duren voordat de scheiding met Hendrika de Bruijn werd uitgesproken. Twee maanden later trouwde Tinus met Annette Verheijen. Hij kreeg met haar drie kinderen: Hennie, Martin en Louisa.

Rentmeester als voogd

Tinus overleed in 1953. Paul Rogmans werd verrassenderwijs toeziend voogd over zijn kinderen. Hij voelde het als zijn plicht zich over de kinderen van Tinus Hondebrink te ontfermen. Ook al keek de omgeving wat vreemd aan tegen zo’n hechte band tussen een rentmeester en het gezin van een losbandige hulppalingverkoper, die een strafblad had wegens ‘verduistering’ en het niet betalen van boetes, aldus zijn kleindochter Angelique.

Paul Rogmans overleed in oktober 1965 aan een niervergiftiging, vrijwel zeker een gevolg van de ontberingen in Dachau.

Helemaal doorgedraaid

Waarschijnlijk is zijn vrouw kort na de terugkeer van Tinus vertrokken naar Ede, want daar werd in juli 1945 Aart geboren. Twee jaar later overleed hij al. Geen wonder dat Tinus na alle ontberingen in Neuengamme en Dachau en zijn weinig opbeurende thuiskomst ‘helemaal was doorgedraaid’, zoals zijn neef Gerrit Verdriet uit Goor het noemt. Het zou tot mei 1947 duren voordat de scheiding met Hendrika de Bruijn werd uitgesproken. Twee maanden later trouwde Tinus met Annette Verheijen. Hij kreeg met haar drie kinderen: Hennie, Martin en Louisa.

Rentmeester als voogd

Tinus overleed in 1953. Paul Rogmans werd verrassenderwijs toeziend voogd over zijn kinderen. Hij voelde het als zijn plicht zich over de kinderen van Tinus Hondebrink te ontfermen. Ook al keek de omgeving wat vreemd aan tegen zo’n hechte band tussen een rentmeester en het gezin van een losbandige hulppalingverkoper, die een strafblad had wegens ‘verduistering’ en het niet betalen van boetes, aldus zijn kleindochter Angelique.
Paul Rogmans overleed in oktober 1965 aan een niervergiftiging, vrijwel zeker een gevolg van de ontberingen in Dachau.

Journalist Gerrit Wolters met zijn boek over de familie Groeneveld. © Gerrit Wolters

Bron: Dagblad Tubantia

Recensie : Een mug in januari : Peter Groenveld

Een bundel met een grote variatie aan teksten: columns, korte verhalen, brieven en eigen en vertaalde gedichten. De meeste teksten zijn persoonlijk van aard en sluiten aan bij de actualiteit van het afgelopen decennium. Met ironie beschrijft Peter Groenveld meer en minder opvallende voorvallen uit de politiek, het alledaagse leven, maar ook lokale aangelegenheden of absurde zaken komen aan de orde. Zo maakt hij de kopvoddentaks van Wilders belachelijk of beschrijft hij hoe hij bij de koningin op audiëntie mag met de eerste gedode mug van het jaar, die in de vitrine terechtkomt naast het eerste kievitsei. De brieven zijn gericht aan zijn broer Jack en lijken qua onderwerpen op de columnachtige tekstjes. Daarnaast staan er eigen gedichten en vertalingen van gedichten in, bijvoorbeeld van Dylan Thomas. Grappig is de eigentijdse hertaling van de middeleeuwse ballade ‘Heer Halewyn zong een liedekijn’. Veel van de teksten waren waarschijnlijk beter tot hun recht gekomen als ze daadwerkelijk als column waren verschenen in een of ander medium; nu vormen ze samen een vermakelijke bundel.

Recensent: Arjen van Meijgaard

 

Meerdere recensie’s van : Een sterke vrouw

Lees hier een recensie

Lees hier de recensie van Cor Sinnema

Recensie : Leven zonder waarom

Leven zonder waarom : de mystieke erfenis van een hemelse zwerver / Angelus Silesius

Angelus Silesius (1620-1677) is vermaard geworden als dichter van mystieke rijmspreuken van meestal twee, maar ook van drie of vier of meer regels, steeds vergezeld van een passend opschrift. Hierin wordt de ziel opgeroepen tot eenheid met God, met Christus, tot verheffing boven het aardse, overgave ook aan het eigen diepste zelf. De bundel bevat kleine pareltjes. Een daarvan is bv. het naar de titel verwijzende vers: ‘De roos kent geen waarom: zij bloeit omdat ze bloeit, / ze denkt niet aan zichzelf, vraagt niet voor wie ze groeit’. Van poëtische zeggingskracht is ook: ‘Welk diep gepeins? De vrouw bekleed met zonneschijn / en staande op de maan, moet vast jouw ziel wel zijn’. Treffend ook: ‘Wanneer Gods geest heel wezenlijk in jou gaat gloren, / dan wordt het kind der eeuwigheid in je geboren’. Een bundel vol troost en wijsheid, vol poëzie ook. Van harte aanbevolen. Mooie aanvulling op de collectie religieuze poëzie en mystiek.

Recensent: O.W. Dubois