Cees den Heyer, een eigenzinnig bijbelwetenschapper

Cees den Heyer, een eigenzinnig bijbelwetenschapper

Hij ontwikkelde zich van een doodgewone orthodoxe gereformeerde theoloog tot een eigenzinnige en ruimdenkende bijbelwetenschapper. Cees den Heyer, voormalig hoogleraar Nieuwe Testament aan de gereformeerde theologische universiteit van Kampen, verwierf vooral bekendheid door zijn opvattingen over de verzoening. Het dogma van de verzoening, dat Jezus aan het kruis is gestorven om de zonden van de mensen weg te nemen is als zodanig niet in het Nieuwe Testament terug te vinden, zo betoogde hij in zijn boek ‘Verzoening, Bijbelse notities bij een omstreden thema’ uit 1997. Zijn ontslag als hoogleraar aan de ‘School der Kerken’ werd geëist door 92 predikanten van het behoudende Confessioneel Gereformeerd Beraad. De bestuurders van de theologische universiteit Kampen bemoeiden zich er mee, en de synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland sprak in 2000 een veroordeling uit, maar ontsloeg Den Heyer niet. Weliswaar was Den Heyer binnen de ruimte gebleven die hij als kerkelijk hoogleraar had, maar de theoloog had volgens de gereformeerde synode “de strekking en de kracht van de klassieke verzoeningsleer onvoldoende gepeild”. Den Heyer overleed twee weken geleden op 78-jarige leeftijd aan de gevolgen van een dramatisch auto-ongeluk.
In zijn boek ‘Ruim geloven. Een theologisch zelfportret’ uit 2000 diende Cees den Heyer zijn critici van repliek. Daarin getuigt hij ook van zijn persoonlijke ontwikkeling en legt hij zijn opvattingen over de bijbel en de belijdenissen nog eens uit. Den Heyer komt erin naar voren als een door en door gereformeerde en uiterst brave man, als een ‘normale’ zeer kerkelijk betrokken theoloog, die nauwelijks opzienbarende standpunten vertolkte, meer het type studeerkamergeleerde. Maar wel eentje die zeer helder en duidelijk kan schrijven. De hoogleraar keerde zich ertegen dat belijdenis en dogma het laatste woord hebben gekregen, waardoor de bijbel voorgoed aan banden is gelegd. Volgens de belijdenis is de bijbel het ‘Woord van God’, maar voor Cees den Heyer is de bijbel allereerst een ‘mensenwoord’.
“Een echt menselijk boek: groots en monumentaal, diepzinnig en hoopgevend, maar ook kwetsbaar en aanvechtbaar, onbeholpen en gebrekkig. Het kan ons aanspreken. Niet als een boek waarin eeuwige waarheden worden geopenbaard, maar als bundel geschriften van gewone mensen.”
Waarin de betekenis van Cees den Heyer voor de theologie ligt? Rinus van Warven, predikant van de Evangelisch-Lutherse Gemeente Kampen en eigenaar van Uitgeverij Van Warven te Kampen, een uitgeverij op het gebied van religie en zingeving, is een voormalige student van Cees den Heyer. “Hij drukte ons op het hart dat een zekere mate van dogmatische vooringenomenheid ons zal verhinderen om de Bijbelteksten fris en onbevangen te kunnen lezen. Den Heyer haalde de teksten en verhalen onder dikke lagen stof vandaan, zodat ze weer gingen leven en ons konden inspireren.”
Uitgeverij Van Warven gaf vier jaar geleden het meesterwerk van Cees den Heyer uit. Een omvangrijk boek over hoe er in de loop van de geschiedenis gedacht is over Jezus van Nazareth. Volgens de emeritus-hoogleraar is Jezus geen godenzoon geweest. Hij was een mens van vlees en bloed, ‘een mens onder de mensen’, een mens die door zijn doen en laten aandacht trok, een charismatische persoonlijkheid die indruk maakte op zijn tijdgenoten.
Wie werkelijk interesse heeft in Jezus van Nazareth kan niet om het werk van Cees den Heyer heen.

Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding

Door Roek Lips (

 

Alle  in het universum, zegt Pim van Lommel, komt voort uit het bewustzijn. Dat betekent nogal wat, want ‘als we ons bewustzijn veranderen, zal ook de wereld veranderen’.
De manier waarop we tegen de dood aan kijken, ­bepaalt hoe we in het leven staan. Ik denk dat we ons bewustzijn de komende jaren verder gaan ontwikkelen. Dat bepaalt hoe we tegen de wereld aankijken. Als we verliefd zijn, is de wereld prachtig, maar als we depressief zijn, is dezelfde wereld een ramp. Als we ons bewustzijn veranderen, zal ook de wereld veranderen en de manier waarop we de wereld zien.”

Cardioloog Pim van Lommel (77) is al ruim 34 jaar betrokken bij onderzoek naar mensen met een bijna-doodervaring (BDE) en auteur van het boek Eindeloos bewustzijn, dat ­alleen in Nederland al een oplage van 150.000 exemplaren heeft bereikt. “Mensen die een ervaring van verruimend bewustzijn hebben gehad, zoals een bijna-doodervaring, veranderen allemaal. Ze krijgen andere inzichten. Het inzicht bijvoorbeeld dat dood niet het einde is. Als we denken dat dood het einde is van wie wij in essentie zijn, dan besteden we vooral aandacht aan het tijdelijke, aan het uiterlijke, geld en macht, maar daar gaat het natuurlijk niet om. ­Onze essentie is heel wat anders en dat inzicht is volgens mij aan het veranderen.”

Waarom bent u dit gaan onder­zoeken?

“Als jonge arts was ik een materialistisch denker. Ik had geleerd dat bewustzijn een product is van de hersenen, dat stond voor mij vast. Totdat ik in 1986 het boek Terugkeer uit de dood las van psychiater G.G. Ritchie, die als medisch student stierf aan een dubbele longontsteking, maar door een injectie met adrenaline rechtstreeks in het hart weer terugkwam in het leven. In het boek beschrijft hij zijn zeer indringende bijna-doodervaring. Kort daarna ging hij als hospik het leger in en landde tijdens de oorlog in Normandië, om vervolgens als eerste in een aantal concentratiekampen langs te gaan. Een van zijn indrukwekkendste verhalen gaat over een Poolse man, die iedereen in het kamp aan het helpen was. En hoewel het merendeel van de mensen halfstervend en ziek was liep deze man er al vier jaar sterk en gezond rond. Ritchie vroeg hem hoe het mogelijk was de ellende van het concentratiekamp te overleven. Hij vertelde dat zijn vrouw en kinderen in Warschau voor zijn ogen waren doodgeschoten en dat hij zich op dat moment realiseerde dat hij de keus had: ga ik haten of ga ik liefhebben? Die intrinsieke keuze voor liefhebben gaf hem de kracht om door te gaan. Ritchie herkende die keuze van zijn eigen bijna-doodervaring.

“Dat boek was voor mij de aanleiding om aan patiënten te vragen of ze een herinnering hadden aan hun periode van hartstilstand. Na vijftig patiënten had ik al twaalf verhalen van een BDE gehoord. Dat prikkelde mijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid, want ik heb altijd geleerd dat het niet kan, omdat het bewustzijn een product is van de hersenen en er dus geen bewustzijn meer kan zijn als de hersenfuncties uitvallen. Toen kwam mijn vraag: hoe kan het dat mensen toch nog bewustzijn en waarnemingen hebben? Een andere vraag dus. Dat was de start van het onderzoek.

“Als je een hartstilstand hebt, ben je binnen enkele tellen bewusteloos. Het lichaam wordt slap en reflexen vallen weg. De ademhaling stopt. De bloedstroom bij de halsslagader stopt na enkele seconden. En als je een EEG zou maken van de hersenen, zie je na 10 tot 20 seconden een rechte lijn. Dan is er dus geen hersenactiviteit meer. Hoe kan het dan dat 20 procent van de mensen een helder bewustzijn waarneemt, veel helderder dan ooit? Met de mogelijkheid van waarnemen buiten en boven het lichaam?

“Een mooi voorbeeld is een man met een hartstilstand, die halfdood het ziekenhuis werd binnengebracht. Hij was al blauw en had lijkvlekken. Een bijna hopeloos geval in mijn observatie als cardioloog. Na

1,5 uur reanimeren kreeg hij weer bloeddruk en hartslag, maar bleef diep in coma. Na een week kwam hij uit coma en werd teruggebracht naar de hartafdeling. En toen zei hij tegen een verpleegkundige: ‘Jij was erbij toen ik het ziekenhuis werd binnengebracht en hebt mijn gebit uit mijn mond gehaald en het in een kastje gelegd waarop allemaal flesjes stonden. Jij weet waar mijn kunstgebit is.’ Hij had van bovenaf zijn eigen reanimatie waargenomen en kon precies beschrijven wie erbij betrokken waren geweest en hoe hij in coma was overgeplaatst naar de ic. Het klopte allemaal. Die waarnemingen kun je controleren. Ik heb er in 2001 over gepubliceerd in The Lancet.

“Het heeft nog lang geduurd, maar ik twijfel er niet meer aan dat het bewustzijn géén product is van de hersenen.

“Ik vergelijk het eindeloze bewustzijn met de cloud. Daarin zitten meer dan een miljard websites en filmpjes. Je kunt ze op je computer op elke plek in de wereld ontvangen, maar ze worden niet door dat apparaat geproduceerd, dat maakt alleen de ontvangst mogelijk. Als vergelijking: de hersenen en het lichaam maken de ontvangst van een gedeelte van dat eindeloze bewustzijn mogelijk, maar het wordt niet door de hersenen geproduceerd.”

Een bijna-doodervaring is altijd een transformatieve ervaring, zegt Van Lommel. Over twee minuten hartstilstand kunnen mensen een week lang praten, merkte hij tijdens de gesprekken die hij voerde. “Het verandert het leven echt ingrijpend. Ze verliezen hun angst voor de dood, want dood blijkt een andere vorm van leven te zijn en ze hebben de zekerheid dat de essentie van henzelf doorgaat. Ze voelden zich gelukkig en volledig en krijgen een nieuw inzicht in wat werkelijk belangrijk is in het leven: onvoorwaardelijke liefde, acceptatie en empathie, in de eerste plaats naar zichzelf. De acceptatie van je eigen schaduwkanten. Onvoorwaardelijke liefde en compassie naar de ander, de natuur en de aarde. Iedereen beschrijft dan het intense gevoel dat ze meekrijgen van diepe verbinding met alles en iedereen. Dat alles wat je denkt en doet invloed heeft en weer terugkomt bij jezelf.

“Het woord individu betekent ­letterlijk ‘niet gedeeld’. We zijn dus één. Wij zijn dat woord verkeerd gaan gebruiken, als afgescheiden van elkaar.

“Veel mensen die terugkomen, hebben daarna ook een verhoogde intuïtieve gevoeligheid. Het gaat daarna in het leven niet meer om geld, een groot huis of dure kleren en een jong lijf, maar om het helpen van mensen. En om de natuur. Mensen nemen veel levensinzicht mee als ze terugkomen. Maar omdat het lastig is om erover te praten en je gemakkelijk op onbegrip kunt stuiten, zie je dat veel mensen daarna in een spirituele crisis komen en eenzaam of depressief worden. Ik ken mensen die er wel vijftig jaar over hebben ­gezwegen.”

Van Lommel deed ook onderzoek naar andere bijzondere ervaringen, zoals sterfbedvisioenen bij terminale patiënten, of terminale helderheid bij mensen in het eindstadium van alzheimer, die opeens vlak voor hun overlijden helder worden. “In Nederland zijn er naar schatting zo’n twee miljoen mensen die het innerlijke gevoel hebben dat zij in contact zijn geweest met overleden dierbaren, maar ook daar wordt vaak over gezwegen uit angst voor afwijzing, of ze denken zelf dat ze het gedroomd hebben.”

Hoe komt dat?

“We hebben een cultuur gecreëerd – de wetenschap voorop – waarin subjectieve waarnemingen die niet objectief gemeten of bewezen kunnen worden als hallucinaties worden gezien en dan niet meer serieus genomen worden. Als bijvoorbeeld neurowetenschappers en filosofen dat wel zouden gaan doen dan moeten ze, net zoals ik, afscheid nemen van het eenzijdige materialistische denken en dat haalt veel onderuit.

“Vanuit de traditionele wetenschap is er dus veel weerstand, maar dat zie je veel minder bij de rest van de bevolking: 70 procent van de mensen is in zekere zin religieus of spiritueel. De zoektocht naar zingeving door innerlijke ervaring neemt de laatste jaren weer sterk toe. Dat zie je ook in de toenemende belangstelling voor vragen die te maken hebben met hoe we met elkaar, de aarde en de natuur moeten omgaan. Mensen met een bijna-doodervaring zijn vaak ook meer religieus geworden, in de letterlijke betekenis van het woord, dat het om herverbinden gaat. Maar daarin speelt de kerk voor deze mensen meestal geen rol. Voor hen is het geloven veranderd in weten.”

Is een bijna-doodervaring nodig om tot ander bewustzijn te komen?

“Nee, zeker niet als je openstaat voor de inzichten die er zijn. Ik heb zelf ook geen eigen persoonlijke ervaring met BDE. Ik ben wel dankbaar dat ik dankzij de verhalen van andere mensen tot nieuwe inzichten ben gekomen. Wetenschap is voor mij geen dogma, maar vragen stellen met een open geest.

“Plato wist het al. Die heeft letterlijk opgeschreven dat het lichaam de tijdelijke drager is van de ziel, die blijft. Nieuw is dat er nu wetenschappelijke ontdekkingen bijkomen die deze inzichten bevestigen. Het is mooi om te zien hoe de jongere generatie daar ook steeds meer voor openstaat. Soms is het nodig dat een oude generatie sterft, voordat een nieuwe theorie wordt geaccepteerd, zoals Max Planck (die kwantumtheorie ontwikkelde) heeft gezegd. Het nieuwste inzicht is dat bewustzijn fundamenteel is en dat alles in het universum voortkomt uit bewustzijn. Ook materie. Dat is nogal wat, als je dat tot je door laat dringen. De manier waarop we tegen de dood aankijken, bepaalt hoe we in het leven staan.

“Ik ben optimistisch. Ik denk dat die verandering de komende jaren snel gaat en dat is ook nodig. Want als we ons bewustzijn niet veranderen, zullen we het als mensheid niet overleven.”

Volskrant

Bijna-doodervaringen bestaan, maar hoe zijn ze te verklaren?

Dat bijna-doodervaringen bestaan, daar is allang geen discussie meer over. Maar over de verklaring van het verschijnsel woedt een felle strijd tussen gelovigen en niet-gelovigen. Staat ons bewustzijn los van ons brein, zoals de gelovigen zeggen?

Door Margreet Vermeulen

23 oktober 2020, 15:00

‘Ik lag op de tafel en het onderzoek ging via mijn lies. De cardioloog was zo’n 10 minuten bezig toen ik plotseling pijn op mijn borst kreeg die snel enorm toenam. Ik was bekend met deze pijn, maar het was nu heftiger. Mijn hart hield ermee op. Ik kromp ineen. Ik zag nog dat zo’n oranje zwaailicht aan het plafond afging. (…) De enorme pijn op mijn borst verdween. Er daalde een enorm grote en mooie rust over mij. Wat er toen gebeurde, was zó prachtig … dat zal ik nooit vergeten. Vaak, als ik eraan terugdenk, word ik emotioneel en kan ik niets meer zeggen. Ik gleed een mooie, brede, veelkleurige tunnel in. In aardse termen was hij zo’n 7 meter in doorsnee. Heel rustig en langzaam ging ik heen en weer, van links naar rechts en weer terug. Zo zweefde ik heel vredig langs de tunnelwand. Er was niemand anders; ik was helemaal alleen, maar ik voelde me prettig en niet eenzaam. (…) In de verte zag ik een heel fel wit licht. Ik werd er naartoe getrokken. En vanuit dat licht kwam het gevoel van die onvoorwaardelijke liefde. Ik wist… daar moet ik heen.’

Zo beschrijft Catja de Rijk haar bijna-doodervaring in het pas verschenen boek Het geheim van Elysion.

Bijna-doodervaringen (bde’s) zijn al 45 jaar inzet van een heftig wetenschappelijk debat. Daarbij gaat het allang niet meer om de vraag of het verschijnsel wel echt bestaat. Bde’s zijn authentieke gewaarwordingen, geen verzinsels van verwarde patiënten of mensen die op een sinistere manier aandacht zoeken. Van alle patiënten die een hartstilstand overleven – dat is de best onderzochte categorie patiënten – krijgt tussen de 10 tot 20 procent een bijna-doodervaring. Ze zien veelal mooie beelden met veel licht, ervaren een diepe vrede, hervinden soms overleden familieleden, ondergaan een gevoel van thuiskomen in een nieuwe dimensie. Soms is er het gevoel dat ze uit het eigen lichaam treden.

Huiver

In absolute aantallen maken meer mensen een bde mee dan ooit tevoren. Met dank aan verbeterde reanimatietechnieken, zoals de defibrillatoren waarmee patiënten geregeld net op tijd worden weggesleept uit het voorportaal van de dood.

Artsen zijn huiverig de vingers te branden aan het thema. ‘Ik krijg nog steeds mails van mensen die schrijven: mijn dokter deed het af als onzin’, vertelt de Nederlandse gepensioneerde cardioloog Pim van Lommel, die in de jaren tachtig werd gegrepen door het thema en er nog altijd over schrijft en spreekt.

De meeste wetenschappers mijden het fenomeen. ‘Er worden wel bestsellers geschreven met spectaculaire getuigenissen, maar serieus onderzoek is er veel minder’, zegt de Belgische neuroloog Steven Laureys. Hij werkt in het universitair ziekenhuis in Luik en doet onder meer onderzoek naar het brein en bewustzijn van comapatiënten en mensen met het locked-insyndroom, waarbij een patiënt zich bewust is van zijn omgeving, maar zich niet kan bewegen of kan uiten. Hij verzamelde ook honderden bijna-doodervaringen en publiceert geregeld studies naar het fenomeen. ‘Er is nog altijd sprake van een soort zelfcensuur. De wetenschap ziet het als iets zweverigs en subjectiefs. Bovendien is het een sterk gepolariseerd debat.’

Twee kampen

Er zijn grofweg twee kampen. Van Lommel vertegenwoordigt het kamp van de believers. Dat zijn de mensen die het bestaan van bde’s zien als het bewijs dat de geest kan functioneren onafhankelijk van het brein, waarover later meer. De non-believers zien bde’s als een hallucinatie, een illusie van het brein veroorzaakt door zuurstoftekort of door neurotransmitters die vrijkomen vlak voor het sterven.

Laureys vindt beide kampen arrogant, omdat ze denken het nu wel begrepen te hebben. Hij pleit juist voor nieuwsgierigheid, metingen en experimenten. ‘Vergelijk het met dromen. Dat onderzoek begon ook met louter de individuele, subjectieve verhalen waarvan wetenschappers doorgaans afkerig zijn. Ik ben dolblij dat wetenschappers, zodra de techniek dat mogelijk maakte, metingen zijn gaan doen bij slapende mensen. Daardoor ontdekten we dat er verschillende slaapfasen bestaan, wat remslaap is enzovoort. Metingen doen bij mensen die tussen leven en dood zweven is nóg lastiger natuurlijk, maar niet onmogelijk. En het is nodig, willen we de zorg met betrekking tot bijvoorbeeld comapatiënten en palliatieve sedatie verbeteren. Je wilt zeker weten dat mensen in die laatste fase geen pijn meer hebben.’

Het debat begon in 1975 met de publicatie van het boek Het leven na dit leven van de Amerikaanse arts, filosoof en psychiater Raymond Moody. Wereldwijd gingen 14 miljoen exemplaren over de toonbank. Moody analyseerde vijftig getuigenissen, introduceerde de term bijna-doodervaring en maakte een lijst met elementen die vaak worden gerapporteerd, zoals het zien van een magisch licht, gevoelens van vrede en overweldigende liefde en het idee buiten het eigen lichaam te treden. Ook bleek een bde een grote, positieve impact te hebben op de rest van het leven, onder meer omdat de dood na zo’n ervaring zijn afschrikwekkende werking verliest. Het boek was gericht op het grote publiek en – de titel zegt het al – Moody meende dat mensen tijdens een bde een glimp opvangen van het hiernamaals.

De eerste wetenschappelijke studie kwam van de Nederlander Van Lommel. Hij deed jarenlang onderzoek bij 344 patiënten die een hartstilstand hadden overleefd. In 2001 publiceerde het gezaghebbende Britse wetenschappelijk tijdschrift The Lancet zijn studie waaruit bleek dat 18 procent van deze patiënten een bde hadden doorgemaakt. Van Lommel ondervroeg ze kort na de reanimatie en twee en acht jaar later opnieuw. Na acht jaar was hun verhaal over hun bde exact hetzelfde gebleven, zo bleek uit de bandopnamen. Van gewone herinneringen is bekend dat ze in de loop der jaren vervormen.

Diepe verbondenheid

Van Lommel liet ook zien dat een bde het leven ingrijpend verandert, veelal ten goede. In zijn boek Eindeloos bewustzijn uit 2007 citeert hij een patiënt die acht jaar eerder een bde had meegemaakt. ‘Ik ben nooit meer bang voor de dood, want wat ik daar heb meegemaakt zal ik nooit meer vergeten. Ik weet nu zeker dat het leven doorgaat. In de loop van de jaren zijn er verschillende veranderingen in mij opgetreden. Ik voel een diepe verbondenheid met de natuur. De tuin speelt nu een belangrijke rol in mijn leven. Ik ben veel emotioneler geworden. Ik heb een groot rechtvaardigheidsgevoel gekregen. Ik ben geduldiger en rustiger geworden. Ik kan goed relativeren. De agressiviteit van vroeger heb ik achter mij gelaten.’

De studie van Van Lommel werd alom geprezen: voor het in kaart brengen van bde’s en het bespreekbaar maken van het thema. Latere studies bevestigden dat een hartstilstand in pakweg 10 tot 20 procent van de gevallen samengaat met een bde. Overigens bleek uit die studies ook dat niet alle herinneringen die patiënten hebben aan een hartstilstand betrekking hebben op de dood.

Tegelijk was er scherpe kritiek. Niet op de studie zelf, maar op de zekerheid waarmee Van Lommel beweerde dat er tijdens een hartstilstand geen breinactiviteit is. Als het brein iets kan ervaren zonder breinactiviteit – en er zelfs herinneringen aan opslaat – staat ons bewustzijn blijkbaar los van de hersenen. ‘Ik zie het brein als een radio, een ontvangststation’, licht Van Lommel telefonisch toe. ‘Het brein produceert zelf niets, het vangt bewustzijn op uit de kosmos. Zoals computers verbonden zijn met de cloud.’

Van Lommel vindt dan ook dat de wetenschap op een dood spoor zit door vast te houden aan het dogma dat ons bewustzijn wordt geproduceerd door de hersenen. De speurtocht naar medische, fysiologische en psychologische oorzaken heeft volgens hem lang genoeg geduurd. ‘Dat is een heilloze weg. Ze gaan niets vinden.’ De meeste wetenschappers nemen Van Lommel niet serieus. Maar het onderwerp blijft fascinerend. Want hoe kunnen mensen op het randje van de dood zulke heldere ervaringen krijgen?

Gradaties

Een eerste verklaring is mogelijk dat bde’s zich niet zozeer voordoen op het moment dat er geen, of geen waarneembare, breinactiviteit is, maar kort daarvoor, wanneer de patiënt het bewustzijn aan het verliezen is. Of juist kort daarna: als de patiënt bijkomt door een succesvolle reanimatie. Neurowetenschappers benadrukken bovendien dat een hartstilstand niet automatisch betekent dat het brein ook meteen stopt. Laureys: ‘Het brein kan nog prima blijven werken als het hart er 10 seconden mee ophoudt. Ook daarna kan het, bij sterk verminderde bloedtoevoer, nog lange tijd functioneren. Vroeger dachten we: je bent bewust of onbewust. Maar er zijn veel gradaties, weten we nu. Doodgaan is een proces dat op een gegeven moment onomkeerbaar is. Dat moment kunnen we door medisch ingrijpen beïnvloeden. Als er grote slagaders vervangen moeten worden, kan het brein, met bepaalde medicijnen, een half uur zonder bloedtoevoer en die mensen overleven dat. Het brein kan veel meer hebben dan we denken.’

Zelf doet Laureys experimenten door mensen een flauwte te bezorgen terwijl ze een badmuts vol elektroden op het hoofd hebben die de breinactiviteit zo precies mogelijk weergeeft. De helft van de proefpersonen krijgt tijdens die kunstmatig opgewekte flauwte een bde.

Kennelijk doen bde’s zich dus ook voor zónder dat de dood nabij is en hebben ze meer te maken met de veranderende toestand van het brein. Zo krijgt pakweg 20 procent van de straaljager piloten die in een centrifuge oefenen met de extreme effecten van de zwaartekracht een klassieke bde, inclusief de ervaring dat ze uit hun lichaam treden. Ook hebben onderzoekers met succes geprobeerd sensaties uit te lokken die sterk op bde’s lijken met behulp van drugs zoals ketamine en psychedelische paddestoelen. In 2002 beschreef de Zwitser Olaf Blanke in Nature hoe hij de sensatie uit het lichaam te treden kon opwekken door een bepaald hersengebied onder stroom te zetten. ‘Met de nauwkeurigheid van een soort schakelaar die je omzet’, aldus Laureys. Ook voor het ervaren van een tunnel zijn andere verklaringen dan de naderende dood, meent Laureys. ‘Als neuroloog weet ik dat een beroerte soms tunnelzicht oplevert als er bepaalde banen in de visuele schors beschadigd zijn.’

Uitzonderingspositie

Kortom, van nogal wat sensaties tijdens een bde is bekend dat het brein ze kan fabriceren. ‘En dan niet doordat er één simpele neurotransmitter vrijkomt in het zicht van de dood of door een andere enkelvoudige oorzaak zoals zuurstoftekort in het brein’, benadrukt Laureys. ‘Het ontgoochelt mij dat sommige wetenschappers met zulke simpele verklaringen komen terwijl het evident veel complexer is dan dat. Zo stelt de verklaring van Van Lommel mij teleur. Hij zegt: ons bewustzijn – want daar gaat dit in de kern natuurlijk allemaal om – is iets immaterieels. En daar moeten we het maar mee doen.’

Het standpunt van Van Lommel roept veel weerstand op, maar hij neemt een ‘minder extreme uitzonderingspositie’ in dan je op het eerste gezicht zou denken, benadrukt de Groningse neurowetenschapper Jacob Jolij, auteur van het boek Wat is bewustzijn nu eigenlijk?.

‘Onder natuurkundigen, filosofen en biologen is het niet meer echt wild en exotisch om vraagtekens te zetten bij de aanname dat ons bewustzijn wordt geproduceerd door onze hersenen. Want waarom heeft een brein bewustzijn en een banaan niet, terwijl onze hersencellen grotendeels uit dezelfde stoffen bestaan als een banaan?’ Dat betekent, benadrukt Jolij, dat bewustzijn weliswaar een ‘eigenschap’ is van het brein maar niet van de materie waaruit het is opgebouwd.

Waar natuurkundigen ook niet uitkomen is dat de hersencellen die hun werk doen zonder dat we ons daarvan bewust zijn, die de ademhaling regelen bijvoorbeeld, volstrekt identiek zijn aan neuronen die ervoor zorgen dat we ons bewust zijn van alles wat er gebeurt als we om ons heen kijken. ‘In natuurkundig opzicht is het onverklaarbaar dat het ene biochemische proces niet tot bewustzijn leidt, maar exact hetzelfde biochemische proces een millimeter verder wel.’ Waar Jolij maar mee wil zeggen dat een verklaring voor bewustzijn die voor honderd procent is gebaseerd op het brein, erg lastig is.

Dimensie

Zelf vermoedt hij dat bewustzijn een dimensie is in het universum, naast ruimte en tijd. Jolij probeert al onderzoekend en experimenterend met bewijs te komen. Zo blijken mensen bij wie hij tijdelijk de visuele schors uitschakelt, en die dus niets kunnen zien, toch te weten dat er vrolijke smileys op het beeldscherm stonden tijdens het experiment. En elektronische dobbelstenen die toevallige getallen produceren, komen opvallend vaak met het telefoonnummer of de geluksgetallen van zijn proefpersonen op de proppen, in onderzoek van Jolij.

Ook exotische ideeën moeten ‘wetenschappelijk’ benaderd worden, vindt hij, en believers en non-believers moeten elkaar niet verketteren, zoals nu vaak gebeurt. Wat daaraan niet meehelpt is dat nogal wat believers, onder wie Van Lommel, zich verenigd hebben in de internationale Galileo Commission, een club van vijftig, zestig wetenschappers die een niet-materialistisch wereldbeeld voor staan.

Jolij: ‘Deze vaak bekwame wetenschappers hebben ook een bepaalde new-ageachtige levensbeschouwelijke oriëntatie. Daar worden veel mensen nerveus van. Die combinatie ontlokt snel een tegenreactie, waardoor de dialoog stokt. Jammer.’

Tot slot, terug naar de bijna-doodervaringen. Is het bestaan daarvan een bewijs dat ons bewustzijn zich buiten ons brein bevindt? ‘Allerminst’, vindt Jolij. ‘Daarvoor zijn de alternatieve verklaringen, dat ze voortkomen uit bepaalde hersenprocessen, net zo plausibel. Zo niet plausibeler.’

Steven Laureys is geïnteresseerd in mensen die een bde hebben meegemaakt. bde@liege.be

Pim van Lommel, Eben Alexander e.a.: Het geheim van Elysion – 45 jaar studie naar nabij-de-dood-ervaringen (Uitgeverij van Warven; € 32,50)

Jacob Jolij: Wat is bewustzijn nu eigenlijk? (Nieuw Amsterdam; € 22,99)

Pim van Lommel: Eindeloos bewustzijn (Ten Have; € 24,99. 23ste druk uit 2017)

 

‘Tekeningen uit 19e eeuw zijn historisch goud voor hele regio’

Door Niek Teune

 

“Historisch goud”, zo noemde uitgever Rinus van Warven het door André Piederiet

samengestelde boek met de tekeningen van Dirk Boele. De tekeningen werden tussen

1825 en 184 gemaakt en geven de toenmalige situatie van Kampen, IJsselmuiden en de

omliggende kernen weer. Op woensdagavond 7 december werd het boek van Piederiet

gepresenteerd bij The Read Shop te Kampen. Ongeveer 25 mensen, waaronder

wethouder Eibert Spaan, waren aanwezig bij de boekpresentatie.

De toegestroomde geïnteresseerden zochten achterin de boekhandel een plaatsje aan de

stamtafel, waar ze een kopje koffie konden krijgen. André Piederiet (89) ontving bij

binnenkomst veel positieve reacties van de mensen. Een aantal van hen had De

tekeningen van Dirk Boele al in huis gehaald. Verwonderd had men gekeken naar de

topografische tekeningen van Kampen, IJsselmuiden en de omliggende kernen. Ook de

tekeningen die de grote overstroming van 1825 in beeld in hebben gebracht, oogsten lof.

Iemand die het boek ook al meerdere keren onder ogen heeft gehad, is uitgever Rinus

van Warven. Hij sprak mooie woorden over het boek. “Ik had bij het maken van het boek

absoluut niet in de gaten wat de waarde was van de tekeningen van Dirk Boele. Gelukkig

heeft André Piederiet het lef gehad om zijn plan met ondernemer Herman Schutte te

delen. Schutte zag het zitten en wilde het toekomstige boek gaan verkopen. Ook het

Stadsarchief, dat alle 56 tekeningen heeft gedigitaliseerd, stond positief tegenover het

plan. Ze stelden Piederiet in staat om de tekeningen in boekvorm uit te geven. Ik ben ze

daar enorm dankbaar voor. Zelden zijn er zulke mooie tekeningen bewaard gebleven, die

ook nog in deze kwaliteit beschikbaar zijn voor het publiek.”

Vervolgens schonk Van Warven een exemplaar van het boek aan wethouder Spaan, de

heer Troost van het Stadsarchief en de heer Gerlofsma van Historische Vereniging Jan

van Arkel.

Spaan vond het een geweldige eer om aanwezig te mogen zijn bij de boekpresentatie. Hij

sprak de hoop uit dat mensen de tijd zouden nemen om het boek te bekijken en kennis

te nemen van hoe het vroeger was. De heer Troost noemde de tekeningen van Dirk

Boele een onontgonnen bron. “Daarvan zijn er nog meer in het archief. Er zijn nog zoveel

voorwerpen die wachten op ontdekking. Maar Piederiet heeft de tekeningen van Boele nu

een waardige plek gegeven”, aldus Troost. De tekeningen van Dirk Boele is te koop bij

The Read Shop Bos in Kampen en The Read Shop Schutte in IJsselmuiden voor 24 euro

per boek. Een dezer dagen komen er vijfhonderd nieuwe exemplaren in de beide winkels

te liggen.

André Piederiet (89): ‘Het is mijn eerste en enige boek’

Monument voor Dirk Boele
Inge Blankvoort, Kampen in “de Stentor”

Een debuut op zijn 89ste, André Piederiet uit IJsselmuiden beleeft het met zijn boek ‘De tekeningen van Dirk Boele’. Het resultaat van jarenlang onderzoek naar het werk van de kunstzinnige Kamper.

Zo nu en dan duikt een tekening van Dirk Boele op in Kampen. In een boekje met oude ansichten, zonder naamsvermelding. Onbegrijpelijk vindt André Piederiet. Daarom ligt er nu een boek met al zijn tekeningen, als ‘monument voor Dirk Boele’.

Het boek van de IJsselmuider oud-onderwijzer en amateurgeschiedschrijver bevat tientallen tekeningen die Boele in Kampen en IJsselmuiden maakte tussen 1825 en 1844. De schetsen zijn afgedrukt met gedetailleerde informatie over de plaats waar ze eeuwen geleden zijn gemaakt.

Hoe komt het toch dat bijna niemand het werk van Dirk Boele (1778-1846) kent?
“Omdat er bijna niets van hem bewaard is gebleven. Hij was schilder van beroep, net als zijn vader, maakte decoraties die al lang verdwenen zijn. Zijn tekeningen zijn er nog wel, al kent bijna niemand die, hooguit van een anonieme afbeelding in boekjes met oude ansichten. In het Stadsarchief van Kampen ligt een aantekeningenboekje van Boele, met tientallen schetsen. Van de watersnood in 1825 bijvoorbeeld, waarbij 83 mensen uit Kampen en IJsselmuiden om het leven kwamen. Een bijzonder verslag in woord en beeld.”

Wat is het belang van Boeles tekeningen?
“Zijn tekeningen vullen het gat tussen die van bekende tekenaars als Remmers en Fels en Hein. Tekenen was voor Boele liefhebberij, maar hij wist wel wat hij deed. Hij volgde de regels van perspectiefschalen heel nauwkeurig. Hij ging ook zeer nauwgezet te werk. Hij noteerde bij zijn tekeningen steevast plaats, datum, tijd en lichtinval. Die informatie kon ik vergelijken met oude kaarten. Vrijwel alle onderwerpen die niet direct herkenbaar waren, kon ik zo lokaliseren. Slechts bij een tekening is het niet gelukt precies weer te geven hoe het nu zit.”

Dat klinkt als monnikenwerk?
“Dat was het ook. Ik ben er jaren mee bezig geweest. In 1985 heb ik al eens een lezing gegeven over de tekeningen van Boele, ik heb er ook over geschreven voor de Kamper Almanak.”

Het heeft u nooit losgelaten..
“Nee, ze zijn nauw verbonden met de zoektocht naar de geschiedenis van het huis dat mijn vrouw en ik kochten in 1976. Groot Salland, een zeshonderd jaar oude boerderij aan de Bergweg. Steeds weer stuitten we op het werk van Boele die veel heeft getekend in IJsselmuiden en Grafhorst. Ik vond de tekeningen heel bijzonder.”

U schreef al eerder over Boeles tekeningen, maar nu pas ligt er een boek…
“Het Stadsarchief wilde wel, maar kreeg het financieel niet rond. Mijn vrouw was ziek, tot haar overlijden heb ik voor haar gezorgd. Dit jaar sprak ik de eigenaar van een boekwinkel in IJsselmuiden die ook een zaak in Kampen heeft. Hij kende de uitgever: binnen anderhalve week was het geregeld.”

Het boek is niet alleen een monument voor Boele, ook voor u. U bent 89 jaar, u heeft veel historische artikelen geschreven die nooit in boekvorm zijn verschenen.
“Het is mijn eerste en enige boek, inderdaad. Ik ben er trots op en blij dat het zo goed heeft uitgepakt.”

Duizend euro voor Ronald McDonald

Dichteres Tineke Bakker-van Ingen uit Zwolle heeft afgelopen donderdag een cheque van € 1000 overhandigd aan Lianne Booijink, de manager Ronald McDonald Huis Zwolle. Tineke Bakker schreef de gedichtenbundel “Verborgen diepten in het nu” dat onlangs verscheen. Het is een bundel geworden waarbij veel van de gedichten zijn geïllustreerd met natuurfoto’s in en rondom Zwolle. Een substantieel deel van de opbrengst van de bundel heeft Tineke Bakker bestemd voor het Ronald McDonald Huis. “Dus als er nog meer verkocht gaan worden, is het niet ondenkbaar dat ik hier nog eens een bezoekje zal brengen,” aldus mevr. Bakker.

In het begin van de bundel verwoordde Tineke haar passie voor de jongeren die in het Ronald McDonald Huis verblijven. “Kinderen spreken vanuit het hart en vertrouwen op jou als ouder. Een ziek kindje wil niets liever dan bij een papa, mama of verzorger zijn. Een Ronald McDonald Huis als tijdelijk thuis zorgt hiervoor.  Ouders zijn dichtbij het kind en blijven hierdoor dichtbij zichzelf. Een plek om even tot rust te komen in een emotionele periode.”

Tineke Bakker was een succesvolle zakenvrouw en bestuurder. Ze was directeur en eigenaar van de internationale onderneming Ferm. Ze heeft haar leven zowel zakelijk als privé als compleet en heel ervaren, maar ‘je komt niet altijd aan je eigen binnenkant toe. En de ontdekking van die binnenkant omschrijft ze met de woorden: “Ons hart heeft een lied”.

Na haar werkzame leven ging Tineke op zoek naar de diepten in zichzelf. Ze wilde zichzelf leren kennen in de diepte van het voelen. Ze reisde naar binnen. In de stilte hoort en ziet Tineke schoonheid en eenheid. In de natuur ziet ze beelden en eenmaal thuisgekomen komen er woorden uit haar hart. In deze bundel tal van teksten over de verbinding die ze zoekt en vindt: met de natuur, met de mens, met het leven.

Lianne Booiijnk zegt enorm blij en verrast te zijn met de support van Tineke Bakker voor het Ronald McDonald Huis. Het huis is afhankelijk van donateurs en sponsoren. “We zijn er zo trots op dat we meer dan 100 vrijwilligers hebben die onze visie omzetten in daadkracht. En we danken de donateurs en het bedrijfsleven voor wat ze voor onze mogelijk maken, zowel financieel als op tal van andere gebieden”.

De bundel ‘Verborgen diepten in het nu’ van Tineke Bakker-van Ingen kost €16,50 en is verkrijgbaar in alle boekwinkels. ISBN: 978 94 92421 09 8. De bundel is uitgegeven bij Uitgeverij van Warven

 

 

19e eeuwse tekeningen Dirk Boele gebundeld

Door Nick Teune

IJSSELMUIDEN/KAMPEN – De Kamper schilder Dirk Boele maakte tussen 1825 en 1844 verschillende tekeningen van Kampen, IJsselmuiden en de omliggende kernen. De in IJsselmuiden woonachtige André Piederiet (89) maakte omstreeks 1980 voor het eerst kennis met het werk van Boele. Hij heeft door de jaren heen lezingen over Dirk Boele en zijn tekeningen verzorgd. De in totaal 56 tekeningen die in het Stadsarchief van Kampen aanwezig zijn, worden nu gebundeld en uitgegeven in een boek dat binnen de gemeentegrenzen verkocht zal worden.

Het boek gaat de toepasselijke titel De tekeningen van Dirk Boele dragen. Aan de binnenkant treft men de subtitel aan: Kampen en IJsselmuiden tussen 1825 en 1844 met unieke beelden van de watersnood van 1825. André Piederiet licht toe: ‘In februari 1825 vond er een grote overstroming plaats die vooral Noordwest-Overijssel hard getroffen heeft. Boele geeft ons met zijn tekenwerk en zijn verslag een authentiek beeld van de situatie. Allebei zullen ze in het boek terug te vinden zijn. De tekeningen die Boele kort na de ramp maakte zijn de vroegste tekeningen die bewaard zijn gebleven. Daarnaast maakte hij tussen 1825 en 1844 een serie topografisch waardevolle tekeningen van Kampen en IJsselmuiden. Hij heeft ontzettend precies getekend’, vertelt Piederiet. ‘De lezer kan dat zelf controleren, want in het boek zijn vijf oude kaarten opgenomen. Op deze kaarten staat aangegeven waarvandaan Boele heeft getekend met een kijkhoek.’

Piederiet is door het Stadsarchief in de gelegenheid gesteld om de tekeningen in boekvorm uit te geven. ‘Waarschijnlijk heeft een van Boeles nazaten zijn tekeningen overgedragen aan het archief. Daar zijn alle 56 tekeningen gedigitaliseerd. Ze zullen vergroot worden afgedrukt en bij elke prent worden een toelichting en beschrijving gegeven. Zo weten de lezers precies waar ze eigenlijk naar kijken. Daarnaast zal in het boek een volledige beschrijving over Dirk Boele, zijn werk en zijn familie opgenomen worden’, aldus Piederiet.

Het boek zal op liggend A4-formaat worden uitgegeven, met een harde kaft. De prijs zal rond de 20 euro komen te liggen. De verwachting is dat het boek rond 15 november bij The Read Shop Schutte en The Read Shop Bos verkrijgbaar is. Mensen die verzekerd willen zijn van een exemplaar, kunnen mailen naar kbh-schutte@infracom.nl of in één van de winkels hun gegevens achterlaten op een reserveringslijst.

 

Dit artikel is overgenomen uit ‘Streeknieuws’ van donderdag 13 oktober 2016

Reisgids

Onze levensweg houdt zich maar zelden aan de door ons voorgeprogrammeerde navigatie. Breng me naar B. En zie, daar is een omleiding met gele borden. Volg K. Heb je K ijverig gevolgd, beland je op een geheel ander punt om je route te vervolgen. Het landschap ziet er anders uit en die afgrijselijke flatgebouwen ken je ook al niet.

Eigenlijk is het een raadsel dat we steeds plannen maken om in een rechte lijn efficiënt B te bereiken. Want we weten het al van onze grootmoeders. Van het concert des levens bestaat er van alles en nog wat, maar zeker geen programma. Soms zouden we in de berm van ons leven willen gaan zitten, ons afvragend waar al die obstakels, versperringen en omleidingen in vredesnaam goed voor zijn. Of is het leven zelf een grote hindernis.

Ook Harrie de Steur heeft zich afgevraagd wat het betekende dat het leven vaker dan niet pijn en moeite kost. Hij heeft daar een boek over geschreven dat de titel draagt ‘Omdat je het aankunt’. Hierin legt hij uit dat alle beproevingen die we op onze levensweg ondervinden van betekenis zijn. Ook al kunnen we dat niet altijd zien als we bij de pakken neerzitten, Al die pakken bevatten, in de levensfilosofie van Harrie, een uitdaging. Oké, een les die, als we die inderdaad leren, ons verder helpt in dit ondermaanse. De planner in ons is, het zal ons niet verwonderen, ons onvermoeibare ego. Geen goede raadgever, vindt De Steur, want de planner zwemt tegen de stroom van het leven in.

Nu wijst de ervaring dit keer op keer uit, maar we kunnen het kennelijk niet laten om steeds maar weer te vertrouwen op de op het dashboard knikkebollende tomtom. We willen tegen beter weten in controle. Gaat je niet verder helpen, houdt auteur De Steur ons voor. Net als gedurende het slippen van de auto, moet je nu juist meebewegen. De schrijver zegt ook dat ons neurotische ego, dit zijn mijn woorden, echt een toontje lager moet zingen willen we kunnen horen. Kunnen luisteren naar onze innerlijke reisgids, de ziel. Daar kunnen we op vertrouwen en niet op het levensvijandige ego dat we graag trots voorzien van het etiket ‘redelijk, efficiënt en effectief’, ook mijn woorden.

Verdriet, tegenslag, teleurstelling en al die dingen die onze levensweg in onze ogen zo bemoeilijken, dienen, volgens het boek van Harrie de Steur, het goddelijke in onszelf te doen ontvlammen. Tegenslag als een vruchtbare akker. Lees het maar.

Interview Piet ten Klooster

(door Nick de Vries)

KAMPEN – “Je hoeft alleen je geest open te stellen om het boek te vatten”, vertelt Janny ten Klooster. Haar man geeft ondertussen een laptop-presentatie over zijn boek ‘Fenomenaal vergezicht’. Het boek probeert een brug te slaan tussen wetenschap en religie en is het resultaat van een leven lang denken en zes jaar intensief studeren op het onderwerp. Schrijver Piet ten Klooster zegt in 165 pagina’s te zijn gekomen tot een alomvattend model dat ook nog eens door iedereen te begrijpen is.

Op z’n laptop geeft hij in een uurtje een spoedcursus over de inhoud. ‘Als ik te snel ga moet je het zeggen’. Het verhaal raakt religie, wetenschap, filosofie. We ontmoeten Einstein, ruimtebollingen, tijdsreizen en nog veel meer. Ja, iets te snel gaat het wel, maar dat kan ook niet anders aangezien Ten Klooster zijn hele leven over het onderwerp heeft nagedacht. “Dat kun je niet even in een uurtje uitleggen, zegt hij zelf ook halverwege.” Toch is het boek volgens hem door iedereen te begrijpen. Het is in heldere taal geschreven zonder overbodig taalgebruik. ‘Iedere zin betekent iets.’

Het resultaat van een leven lang denken heeft Ten Klooster opgeschreven in zijn boek ‘Fenomenaal Vergezicht’. Niet voor het geld, maar om anderen, en vooral zijn familie, deelgenoot te maken van het beeld van de werkelijkheid dat hij in zijn hoofd heeft. Het idee om zijn schrijfsels als boek uit te brengen kwam pas later, toen vrienden hem daartoe overhaalden. Inmiddels is het uitgegeven door de Kamper uitgever Rinus van Warven, die ervan overtuigd is dat het een baanbrekend boek is dat door iedereen gelezen moet worden.

Isolement
Ten Klooster zelf is bescheidener. ‘Te bescheiden’, roept zijn vrouw vanaf de bank. Ten Klooster: “Ik zal niet ontkennen dat ik het leuk vind, als het boek verkocht wordt, maar in opzet is het al geslaagd, mijn familie heeft het gelezen en heeft een kijkje in mijn hoofd kunnen nemen. In zekere zin haalt het boek mij uit een geestelijk isolement. De gedachten waren er altijd al, maar het is toch moeilijk communiceren als iemand het hele plaatje niet kent.”

Werelreligies
Dat plaatje komt er in het kort op neer dat de wereldreligies en wetenschap elkaar niet bijten. Ten Klooster, zelf christelijk, liep al jaren met dat gevoel. “De wetenschap doet alleen uitspraken over zaken die zij waar kunnen, maar soms heeft zij de vervelende eigenschap om dat wat buiten de waarneming ligt, van de hand te doen. Dat bestaat voor de wetenschap niet. Ik ben van mening dat wie een goed beeld heeft van de totale werkelijkheid, zoals ik dat in mijn boek noem, inziet dat religieuze zaken, zoals het bestaan van een hogere alwetende god en een hemel, heel goed te verenigen zijn met de inzichten van de wetenschap. Sterker nog: ik denk dat als je alle wetenschappelijke resultaten van de afgelopen jaren op een rijtje zet, je tot de conclusie moet komen dat de twee elkaar versterken.”

Uniek
In het boek bouwt Ten Klooster stap voor stap zijn model op door te putten uit het bestaande wetenschappelijk canon. Zo komt hij langzaamaan tot een uniek model van de werkelijkheid waarbij het zichtbare evenveel bestaansrecht krijgt als het onzichtbare, een model dat volgens hem volledig in harmonie is met de resultaten van de wetenschap. “Ik denk dat een model zoals het mijne volledig uniek is in zijn soort. Volgens mij is dit de eerste keer is dat op zo’n sluitende manier een wetenschappelijke legitimatie van het geloof gegeven is.”

Bescheiden
Een theorie dus die het bestaan van god wetenschappelijk legitimeert. Je zou zeggen dat die wetenschappelijk gezien een hoge vlucht zou kunnen nemen, maar Ten Klooster is bescheiden. “Ik ben gewoon blij dat de tekst er ligt. Dat ik alles verwoord heb, maar ik ben niet echt een prediker. Ik zou het wel leuk vinden als iemand die het leest er iets aan overhoudt. En dan doel ik vooral op mensen die in de afgelopen jaren onder invloed van de wetenschap het geloof de rug toe hebben gekeerd. Ik hoop dat ik ze ervan kan overtuigen dat beide zaken goed te verenigen zijn. Dat ze juist in elkaars verlengde liggen. Wellicht zien de lezers dan in dat er voor het geloof alsnog een plek is in hun leven.”

De moed hebben te zijn

Douwe Halbesma uit Lutjewinkel is een uitgesproken gelukkig mens. Hoe dat zo gekomen is en hoe anderen vrijheid en geluk kunnen vinden, beschrijft hij in zijn boek ‘Zeilen op de wind van vandaag’. Het is zijn eerste publicatie, maar zeker niet zijn laatste.  Douwe Halbesma (54) zegt het zonder aarzelen: “Ik ben een uitgesproken gelukkig mens. Niet omdat mijn hobby als schrijver zijn vruchten begint af te werpen of omdat ik op de grote boekenafdeling van Kringloopwinkel Rataplan in Den Helder werk. Maar omdat ik vrij ben van geestelijke problemen. Vanaf mijn 19e ben ik al geïnteresseerd in een leven dat vrij is van problemen. Een gelukkig en vrij leven heb ik nu al vele jaren en het is van niets afhankelijk. Ik neem deze innerlijke rijkdom overal mee naartoe.”

De odyssee van het inzicht
Douwe’s eerste boek is uitgebracht door uitgeverij Van Warven in Kampen. Douwe leerde zijn uitgever Rinus van Warven kennen via de radio: “Hij heeft jarenlang, iedere week, een spiritueel praatprogramma gepresenteerd dat aansloot bij mijn schrijven over vrijheid en geluk. Ik heb mijn manuscript naar hem toegestuurd en bingo! Hij was dolenthousiast. Volgend jaar wil ik een tweede boek uitbrengen onder de titel: ‘De odyssee van het inzicht’. Mijn uitgever houdt zich aanbevolen om ook dit boek uit te brengen.”

Zijn wie je bent
‘Zeilen op de wind van vandaag’ is een boek over vrijheid, een vrijheid die niet afhankelijk is van religie, spiritualiteit, filosofie of van welke levensbeschouwing dan ook. Douwe: “De essentie van mijn boek is: krijg het voor elkaar om naar je ware aard te leven. Heb dus de moed om te zijn wie je bent. Niets is tenslotte fijner en ontspannender dan gepast in het vel te zitten. Er zijn invloeden als werkdruk, prestatiedruk en ingewikkeldheid op de mens werkzaam. Er zijn verplichtingen om na te komen, er is onrust in de wereld en vaak ook in de mens zelf. Het boek is dus bestemd voor hen die, ondanks de maatschappelijke druk, volkomen verlost en vrij willen zijn.”

Vrijheid
Het mag duidelijk zijn, het onderwerp vrijheid gaat Douwe zeer ter harte: “Al eeuwenlang staan er mensen op die bepalen wat wij zien, hoe wij hebben te leven, te werken en te denken. Ik kom op voor hen die de moed hebben om te zijn wie zij zijn. Zó ben ik ertoe gekomen het boek te schrijven, dus om mensen te helpen zichzelf van alle ‘ruis’ in hun leven te verlossen.”
Douwe spaart zijn lezers niet: “Dat wil zeggen: zij moeten het aandurven hun egoïsme op te geven. Ik laat namelijk niets heel van hun pogen om zichzelf op de kaart te zetten. Jezelf actueel willen maken zie ik als oorzaak van het onvrij zijn. Het boek bevat een scherpe analyse van het menselijk leven met de nadruk op alle leugens en misleidingen waarin mensen verstrikt kunnen zitten.”

Hulporganisaties
Douwe Halbesma doneert een gedeelte van de opbrengst van het boek aan hulporganisaties die overal in de wereld actief zijn. Want: “Arme mensen hebben niets aan een boek met ‘geestelijk voedsel’. Zij worden liever van de armoede, wormen en besmettingen afgeholpen.”