Recensie : Meditatie en imaginatie

Meditatie en imaginatie / Elleke van Kraalingen
Meditatieoefeningen voor beginners en gevorderden. Schrijfster, Raja (klassieke) yogadocente met een yogaschool in Frankrijk, geeft aanwijzingen vanuit haar eigen ervaring voor de meditatie, die gebaseerd is op de yoga Sutra’s van de Indiase filosoof Patanjali. Na een inleiding in het eerste hoofdstuk over meditatie, volgt het tweede hoofdstuk met oefeningen voor ontspanning en concentratie, het derde hoofdstuk is gewijd aan oefeningen met visualisatie en contemplatie. Verschillende vormen van meditatie worden beschreven, ook meditaties ‘in actie’. Om de beoefenaar te coachen volgt op de sober beschreven meditaties een bladzijde met uitleg en opmerkingen, wat heel praktisch is en inzicht geeft. Meditatie ziet zij niet als techniek, maar als een manier van leven. In haar meditaties laat ze zich o.a. ook inspireren door Boeddha, de Christus, Kahlil Gibran en Thich Nhat Hanh. Paperback met duidelijke letter en literatuuropgave.

Recensent: Marion van den Akker-Gerritsen

Recensie : Verhaal van mensen

Verhaal van mensen : over helder water uit oude bronnen en nieuwe kansen voor een krimpende kerk / Peter Siebesma.
Siebesma begint zijn 31 bijdragen, verdeeld over zes hoofdstukken, steeds met een gedicht of lied. Dat heeft te maken met zijn achtergrond als musicus, maar meer nog met zijn centrale filosofie: van een lied gaat warmte uit. In veel van zijn bijdragen klinkt door dat in de christelijke kerken en in de theologie al vanaf de vroegste eeuwen een verkilling is opgetreden. Geloof werd weliswaar met een Hoofdletter geschreven, maar de ratio nam een steeds belangijker plaats in. Om tweespalt te voorkomen kozen vroege theologen ervoor om zaken waar veel discussie over was, te beslechten met dogma’s. Deze pogingen, gericht op veilig stellen of herstellen van eenheid (unificatie), hadden vaak een averechts effect. Siebesma benadrukt dat tal van dogma’s niet herleidbaar zijn tot uitspraken van Jezus zelf; sterker nog: die strijdig zijn met wat hij aan zijn leerlingen heeft voorgeleefd. Het is daarnaar waarnaar we zouden moeten terugkeren. Terug naar de enige echte Bron. Veel lezers zullen zich daarin herkennen, maar voor menige ‘wettisch’ ingestelde orthodoxe christen zal dat een brug te ver zijn. Wat er ook van zij: tegen de bepleite en verhoopte versterkte warmte in het horizontale intermenselijke verkeer, is toch niet zoveel in te brengen.

Recensent: Drs. Th.C.J. Fransen

Recensie : Volwassen geloven en denken.

Dit boek is een appèl tot menselijkheid waartoe religie dient bij te dragen: ‘Ik zie religies als menselijke pogingen te dealen met de grote vragen van het leven’, pag 137. De schrijver pleit voor een positief mensbeeld en vindt dat het traditionele christendom dit vaak in de weg staat.
De auteur heeft moeite met het woord ‘gelovig’ en spreekt liever over ‘geloven’maar dit komt mij niet overtuigend over. Duidelijk is hij wel in zijn oordeel over kritiekloos, traditioneel geloven waarvan hij zichzelf heeft losgemaakt. Datzelfde bevrijdende proces wenst hij zijn lezers ook toe en daartoe is dit boek ook geschreven.

Van de klassieke waarheidsclaim moet hij niet zoveel hebben. Hij pleit voor bescheidenheid en ziet de bijbel als een reisgids die ons kan inspireren om meer mens te worden. Of de pretentie van waarheid altijd samenvalt met een negatief mensbeeld, is voor de schrijver een stelling maar voor mij een open vraag.

Grote theologische woorden over God vermijdt hij liever, laat de stilte maar spreken. Daarom is hij kritisch over theologie en kerk: ‘De tragiek van het gelovige christendom is dat Jezus zélf vergoddelijkt en vereerd wordt ten koste van onze menselijkheid’, pag 157. Denkers als Darwin, Marx en Nietzsche houden religie een kritische spiegel voor.
De auteur hoopt dat wij onze ziel terugvinden en worden wie we werkelijk zijn: mensen die leven uit liefde.

Het boek is te beschouwen als de neerslag van een persoonlijke ontwikkeling; de auteur maakt daar ook geen geheim van. Ik vermoed dat vele generatiegenoten zich in dit proces herkennen terwijl anderen hem wellicht wat te ‘humanistisch’ vinden, al is die typering te kort door de bocht. Hij eindigt met een zelfgeschreven geloofsbelijdenis en 1 Corinte 13 en dat laatste typeert de weg die hij met de lezer graag wil bewandelen: liefde als het wezen van ons menselijk bestaan.

Dirk van de Glind: Volwassen geloven en denken.
Een oproep tot universele menselijkheid.

Boekrecensie : De koppige engel.

De koppige engel : de vasthoudendheid van de geestelijke verbeelding / Anne Marie Reijen.
Engelen – als je er op let, wemelt het ervan. Vaak zonder dat we het beseffen, zijn engelen een zeervertrouwd gegeven. Maar de vorm waarin ze zich presenteren, is nogal veranderd. Tegenwoordig voeren de persoonlijke beschermengelen de boventoon en lijkt de religieuze context bijna helemaal verdwenen. Dit boek onderzoekt welke rol de engel heeft gehad in de loop van de geschiedenis, zowel in de theologie als de literatuur en natuurlijk de kunst. Ook wordt gekeken naar wat de betekenis is van de engel binnen de goddelijke openbaring. Er wordt een inventaris gemaakt van de verschillende soorten engelen en hun functies, zowel collectief, in de engelenscharen als individueel. Wat duidelijk wordt, is dat de engel door de eeuwen heen steeds opnieuw terugkeert om de menselijke behoefte te belichamen en dat is de onpeilbare schoonheid van de kosmos. Met voetnoten, een selectieve literatuuropgave en een register. De Franse auteur was jarenlang hoogleraar dogmatiek aan de Faculteit Protestantse Godgeleerdheid en is momenteel verbonden aan het Theologicum van het Institut Catholique in Parijs.
Recensent: J. Hofte

Lout Jonkers

Lout Jonkers over het geheim van schepper en schepping

Godsdienst is een zaak van het hart

We doen het geheim van de schepping onrecht, wanneer we dat levende geheel slechts zien als een ingewikkelde machinerie, zonder ziel, zonder bestemming en zonder zin. Lout Jonkers is er heilig van overtuigd dat er erkenning nodig is van zin en bezieling van natuur en mensheid. Maar dat niet alleen: deze erkenning vraagt om een respectvolle plaats voor het menselijk bewustzijn in onze beleving van de steeds evoluerende eenheid van schepper en schepping.

Hoe heeft Lout Jonkers zijn werkzame leven doorgebracht?
“Ik was ooit wetenschappelijk medewerker aan de TU Delft en heb ondermeer bij het Ministerie van Onderwijs gewerkt in technologieontwikkeling. Op latere leeftijd ben ik met vreugde gezwicht voor de charme van religie. Alles leeft en beweegt voortdurend zinvol, niet alleen wij, maar… alles, ook gedachten, intenties, waarden. Mijn passie sinds die ontdekking is het verbinden van het menselijk bewustzijn met het Universele Bewustzijn van het geheim van de hele schepping dat mensen in alle religies God noemen.”

Waar haalt u de inspiratie vandaan als het gaat om de betekenis van het menselijk bewustzijn in het mensenleven?
“Om antwoord te geven op deze vraag, ga ik even te rade bij de ethicus Harry Kuitert. Hij schrijft: ‘Mensen die met kerk of geloof geen enkele band hebben, praten over God alsof het niks is. En inderdaad het is ook niks, met of zonder hoofdletter. God – en met hem de hele klassieke voorstellingswereld van het christelijk geloof – waart rond in onze cultuur als hapklaar taalbrokje en al lang niet meer als waarheid, waartoe de kerken hun leden plegen te verplichten. Geen waarheid meer. En dat is maar gelukkig ook! Want door haar waarheden zit de christelijke religie in de klem.’ Deze woorden van Kuitert hebben me uitgedaagd om de vraag te stellen wat je terugkrijgt als leerstellige waarheden zijn afgeschaft. Dus als het niet om waarheden gaat in al die voorstellingen, waar gaat het dan wel om? Kuitert besteedt er een boek aan om ‘te laten zien dat geloofsvoorstellingen van ‘verbeelding zijn’. Ook de christelijke.  Ik stond voor de uitdaging om het concept ‘verbeelding’ te laden met het mystieke wonder van de onverbreekbare verbinding tussen het menselijk bewustzijn en het universele bewustzijn, het bewustzijn van het geheim van de schepping.”

Hoe heeft u met uw ervaringen in het leven de weg afgelegd van bezieling naar spiritualiteit?
“Ik ben tot de conclusie gekomen dat de mens – met de mystieke beleving – ook het collectieve referentiekader kwijt is geraakt dat nodig is voor de ontplooiing van het geheim. Het geheim van de werkende eenheid van Schepper en schepping. Dat geheim bevindt zich in de middenkamer. Verlichte zieners, profeten en priesters, geleerden en godzoekers weten van dat geheim. De bevrijdende werkelijkheid – nu nog buiten onze taal en onze beelden – dichterbij dan we denken. Maar we zien het niet. Horen het nog niet. Voelen het niet. Het leven anders zien, anders horen, anders denken en anders doen – dat vergt anders (bewust)zijn. Ik ontdekte in het menselijk hart dat bewustzijn: het geheim van de schepping in ons en van ons in dat geheim. Dat is mystieke vroomheid in het schijnsel van onze toekomst; toekomst vanuit het licht van woordloos ervaren. Dat is zachtjes zingen van hoop en verlossing, in het dreigende duister; zingen tot ons duister lichter wordt.”

Hoe ziet uw bezieling eruit?
“Ik wil het zoeken aanmoedigen, naar nieuwe wegen voor weten en geloven. Nieuwe doortochten door de woestijn van ons leven. Werkende gemeenschappen als kerken en loges kunnen daarbij het voortouw nemen. Onderwijs in socratisch gesprek met mystiek bewogen burgers mag leiden tot bewust getuigen van het ‘Geheim’ dat mensen God noemen. Zo mogen een nieuw mensbeeld en een nieuw Godsbeeld zich in de wereld ontplooien tot een nieuw heilsbeeld en een nieuw wereldbeeld. In de hoop dat dat geconcretiseerd wordt in een nieuw spiritueel bewustzijn en een nieuw maatschappijbeeld. Zo komt een wezenlijke verandering tot stand van de spirituele verbinding tussen God, mens, kerk en maatschappij. Tussen het universele bewustzijn van de eeuwige en oneindige substantie van de eenheid van schepper en schepping, en het bewustzijn van het schepsel mens.”

De zin van het leven ligt in het ontdekken van datgene waar we als mens voor in de wieg gelegd zijn. Wat is dat in uw persoonlijke zoektocht geweest?
“Ik vroeg me af wat het verschil is tussen wanen en geloven? Wat is geloven en wat is weten in religieuze context? Weten omvat – met rede en verstand – waarneembare feitelijkheden kennen. Hans Küng schrijft in zijn boek over grote christelijke denkers: ‘Het eigene van godsdienst is een mysterieus ervaren; een bewogen worden door de wereld van het eeuwige. Bij godsdienst gaat het dus om de hemelse vonken, die ontstaan als een heilige ziel aangeraakt wordt door het oneindige. Het gaat om direct aanschouwen en voelen. Het wezen van godsdienst is noch denken, noch handelen, maar aanschouwen en gevoel. Godsdienst is een zaak van het hart. Religie is zin en gevoel voor het oneindige. Godsdienst is het verinnerlijken van het oneindige in het eindige, het verinnerlijken van het heilige in het aardse en het menselijke.’ Geloven is innerlijk bewust beleven van het heilige. Mystiek is bewust beleven van de intieme verbinding tussen ons mensen en het heilige in de schepping.”

Was er in uw maatschappelijke leven ruimte voor spiritualiteit?
“De bloei van ons spiritueel bewustzijn bevorderen, dat was altijd mijn doel. Ik zie mijn werk als het aandragen van ‘bouw-blokken’ en ‘bouw-methodes’ om te werken aan de realisatie van werkende bewustwordings- gemeenschappen. Religieuze bewustwording staat voor mij in het teken van het intuïtief beleven van ‘het mysterie’ van het bestaan. Het beleven van de verbinding van ons persoonlijk en collectief bewustzijn met het geheim van de schepping, het geheim dat mensen God noemen, dat is spiritualiteit.

Bent u naast een spiritueel ook een religieus mens?
“Zoals ik religie heb gedefinieerd, gaat het om een zaak van het hart. Over het spirituele gesproken. In onze wereld is overigens veel meer aan de hand dan de secularisatie, de verzanding van spirituele referentiekaders voor ons gedrag en de platte materialisering van ons toekomstbeeld. Onze cultuur van rationaliteit en lichamelijkheid verdringt de cultuur van emotionaliteit en spiritualiteit. Met termen uit de Chinese filosofie kunnen we stellen: Yang verdringt Yin. Rationele masculiniteit onderdrukt emotionele en spirituele femininiteit.

Zo verkilt onze bewuste identiteit en verdampen ons gevoel voor goed en kwaad. In die normvrije ruimten van onze samenleving bloeit het onkruid van materialisme, egocentrisme, extreem liberalisme, narcistisch en ongefundeerd positivisme. Dit alles is overigens niks nieuws onder de zon. En daar komt mijn definitie van religie in beeld. Bij monde van Jesaja laat onze Schepper weten dat Hij dit gedrag verafschuwt. Over macht en kwaad sprak Jesaja lang geleden immers al (Jesaja 33 vers 15 en 16): ‘Wie rechtvaardig leeft en de

waarheid spreekt, wie woekerwinst door afpersing weigert, wie aangeboden steekpenningen afwijst, wie niet wil toehoren als een moord wordt beraamd, wie niet kan aanzien hoe het kwaad geschiedt – hij zal hoog hierboven wonen, veilig in de onneembare rotsburcht; in zijn brood wordt voorzien, aan water is nooit gebrek’.”

Maar je vindt dat gedachtegoed toch in alle religies? Het gaat toch om een universeel bewustzijn?
“Ja, natuurlijk. Vraag aan een goede Rooms katholiek: ‘Waartoe bent u op aarde?’ en het geoefende antwoord luidt: ‘Om God te dienen en in het heerlijk hiernamaals te komen’. Stel de vraag aan een moslim en hij antwoordt: ‘Om de hele wereld te bekeren tot de Islam’. En een Boeddhist antwoordt: “Om zuiver te leven en daardoor in het Nirwana te komen.’ Een humanist zal antwoorden: ‘Om mens te zijn, door in het hier en nu blijvend te trachten mens te worden.’ De taoïst vat de betekenis van de Tao samen als: uit liefde en respect voor het leven in jezelf zoeken naar de bron van de innerlijke kracht.
In het boek Bronnen van het zelf onderzoekt de filosoof Charles Taylor ‘langs verschillende lijnen van onze moderne opvatting van wat het is een handelend mens, een persoon, een zelf te zijn’. Taylor komt tot de conclusie dat individualiteit en ethiek thema’s zijn die onontwarbaar met elkaar zijn vervlochten.
Hij klaagt dat de moderne moraalfilosofen zich richten op de vraag wat ‘goed handelen’ is en niet zozeer wat ‘goed zijn’ betekent. Het gaat mij erom die existentiële aspecten van het ‘mens zijn’ te verbinden met het universeel bewustzijn van het verschijnsel mens.
En dan Hans Stolp. Hij reikt in zijn boek De bijzondere tijd waarin wij leven, naar diepere lagen van ons geestelijk zijn. Hij schrijft: “Wij stellen elkaar steeds vaker existentiële vragen zoals “Wie ben ik? Waarom leef ik op aarde? Wat is mijn missie, of wat is de opdracht van mijn leven?” Wat is goed en wat is kwaad en welke betekenissen hebben die fenomenen? Deze vragen zijn opvallend, omdat ze niet uit ons gewone ratio voortkomen – we bedenken ze niet – maar ze komen uit diepere lagen van onze ziel. Steeds komen ze weer terug. Ze komen uit het hogere deel van het ik. Dat wordt meestal het geestelijke ‘zelf’ genoemd. Het is onze geestelijke kern, dat wat we in diepste wezen zijn. Ons geestelijke ‘zelf’ stamt uit de goddelijke wereld en maakt deel daarvan uit…. Ook wel de druppel uit de zee van het Goddelijke genoemd, de Godsvonk of het hogere Ik. Het leeft in de diepte van onze ziel, onbewust van het alledaagse, aardse bewustzijn.”

Dit artikel is overgenomen uit het magazine Vrijmetselarij
Klik op de illustratie van het boek voor meer informatie.

 

 

Recensie: Mediteren met Lao Zi

Twee korte geschriften van meester Lao Zi zijn nu voor het eerst in het Nederlands beschikbaar. De eerste
tekst Qing Jing Jing (drie delen, in totaal twintig verzen) handelt over de essentie van de Dao, verkrijgen van
inzicht daarin door (aanwijzingen voor) meditatie, en de redenen die van de Dao afhouden, namelijk
begeerte en verlangen. De tweede tekst Nei Riyong Jing (drie delen, in totaal zestien verzen) bevat
richtlijnen, praktische aanwijzingen voor meditatie met betrekking tot zitten in meditatie, voeding, juiste
(geestes) houding en ademhaling, waarbij veel aandacht is voor Qi, levensenergie. De teksten als geheel
alsmede de delen worden ingeleid met toelichtingen. Ieder vers staat apart op een rechter pagina; op de
linker pagina ertegenover staat een toelichting en uitleg daarop waarbij verbindingen naar andere
(overeenkomstige) teksten uit de taoïstische en zenboeddhistische traditie worden gelegd. Fraaie aquarel
illustraties in zwart/grijs/wit-tinten. Bevat voor- en nawoord alsmede uitvoerige literatuuropgave. Deze
ver/hertaling kan behulpzaam zijn voor mensen die zich willen verdiepen in meditatie. Lastige materie,
vereist voorkennis.

vertaling en toelichting door Wuwen Zi ; Ben Zondervan. – Kampen : Van Warven, [2019]. – 138 pagina’s : illustraties ; 22 cm.

Recensent: Drs. J.A.M. Hendriks

Recensie Luisteren bij maanlicht

Boekrecensie door: Evert Pieter van der Veen

HET WOORD AAN HET WOORD

De auteur, predikant in de PKN, is een ware ‘schriftgeleerde’ die de kunst verstaat én de kennis bezit om de bijbel te laten spreken.
Hij volgt in dit boek het zonnejaar en begint bij Pasen en vervolgens komen kerkelijke perioden en feestdagen ter sprake. De duidelijk aanwezige achtergrond is het Joodse maanjaar. Het boek is verdeeld in negen perioden die in korte inleidingen steeds worden getypeerd.

De lezer voelt zijn persoonlijke betrokkenheid: deze waarheid lééft voor hem. De uitleg is helder en heeft tegelijk ook diepgang. Hij heeft kennis van de literatuur en citeert gedichten. Naast verbanden met de Joodse bijbel en het Joodse denken, weet hij verhalen zó uit te leggen dat ze voor ons tot leven komen en van betekenis zijn.

Prachtig is de verwijzing naar een tv programma waarin iemand die zonder ogen is geboren, wordt geinterviewd. ‘Wie is nu eigenlijk gehandicapt?’ vraagt hij zich af.
Zijn typering van Noomi doet haar tekort: hij heeft te weinig begrip voor haar na de drie verliezen die zij heeft geleden. Mág zij bitter zijn?

Een boek met een rijke inhoud waar de lezer veel wijzer van kan worden!

Bart Gijsbertsen: Luisteren bij maanlicht
Een gang door het kerkelijk jaar met een oor naar de synagoge
Van Warven Kampen, 278 pag. € 17.95

Evert Pieter van der Veen : Pastor Protestantse Kerk lid Sprekersplatform uitvaartspreker auteur poëzie/muziek lid Vereniging Geestelijk Verzorgers

Symposium ‘Jung, de schaduw en het licht’

Met groot genoegen nodigen de C.G. Jung-Vereniging Nederland (Interdisciplinaire Vereniging voor Analytische Psychologie) en Uitgeverij Van Warven u uit voor het symposium ‘Jung, de schaduw en het licht’ rondom:

Het Rode Boek (Liber Novus) van Carl Gustav Jung

 

We verwelkomen u graag op zaterdag 30 november 2019 om 10.00 uur in de Lutherse Kerk, Burgwal 85, 8261 ES Kampen.

Programma

10:00 uur – Inloop en muzikaal intro door Sara van de Brink
10.30 uur – Welkomstwoord door uitgever Rinus van Warven
10.45 uur – Henk Masselink: de Zwitserse wereld rondom de mens C.G. Jung
11.30 uur – Muzikaal Intermezzo
11.35 uur – Tjeu van den Berk, Een Gouden Scarabee
12.30 uur – Lunch en muzikaal intermezzo
13.30 uur – Interview Hans Huisman, vertaler van Het Rode Boek, door Tannie Willemstijn
14.15 uur – Eefke van der Drift: Over de werking van het vrouwelijke in de mens
15.00 uur – Muzikaal intermezzo
15.10 uur – Rinus van Warven: Jung en het christendom
16.00 uur – Einde presentatie – Hapje en drankje

Over de auteur:
Carl Gustav Jung (1875-1961) heeft als psychiater en dieptepsycholoog een belangrijke rol gespeeld in en buiten de wetenschap. Hij ontwikkelde een psychologische opvatting over de persoonlijkheid met een diepgaand filosofisch en religieus perspectief. Zo benadrukte hij het belang van het individuele streven naar zingeving in het leven. In Het Rode Boek beschrijft hij de weg die hij heeft afgelegd. De spirituele inzichten die hij daarin verwoordt, zijn eenvoudigweg revolutionair, zeker voor mensen die tijdens hun leven langs de aloude paden van dogma en ratio hun weg probeerden te vinden.

Over het symposium:
Het Rode Boek van Carl Gustav Jung lag tientallen jaren in een bankkluis in Zürich. Het is de vraag of Jung het ooit bedoeld heeft voor publicatie. Maar toen het in 2009 op de wereldmarkt verscheen werd het meteen ‘de graal van het onbewuste’ genoemd. Jung beschrijft hoe hij zich overgeeft aan een diepgaand innerlijk proces, waarbij hij uiteindelijk zijn eigen ziel ‘hervindt’. En hoe hij werd ingewijd in de geheimen van de menselijke psyche.
Henk Masselink is voorzitter van de Jung Vereniging. Hij vertelt hoe Jung opgroeide in Zwitserland. Welke invloed heeft dat gehad op zijn denken en beleven? Tjeu van den Berk gaat in zijn voordracht in op het thema ‘Synchroniciteit’ in het leven van Jung en in Het Rode Boek. Hans Huisman verhaalt over zijn inspiratie om het boek in het Nederlands te vertalen. In haar voordracht belicht Eefke van der Drift de werking van het vrouwelijke in de mens, van Salomé tot Sophia. Hoe kunnen wij haar boodschap verstaan in het werk van Jung en in de huidige tijd?  And last but not least: Rinus van Warven gaat in op de uitdaging van Jung aan de werelden van religie, kerk en christendom.

ISBN 978 94 92421 86 9, 582 pagina’s, prijs € 38,50. Tijdens het symposium en in de aanloop ernaartoe is het boek bij Uitgeverij van Warven te verkrijgen voor € 32,50. De toegangsprijs van het symposium bedraagt € 35,00 (incl. lunch, thee en koffie). U kunt inschrijven via: uitgeverijvanwarven.nl/symposium/

Intekenen symposium

Een moment geduld aub.

 

 

In Memoriam Aalt van de Glind

Aalt van de Glind was nog per e-mail in overleg met de uitgever over de hem toegezegde herdruk van zijn boek ‘God… met 95 andere woorden’, toen hij op de vroege zaterdagochtend van 3 februari op 69-jarige leeftijd overleed. Met zijn heengaan verliezen Aalts vrouw, dochters, kleinkinderen (van wie de zevende op komst is), buren – en veel – vrienden een diep gelovig en veelzijdig metgezel.

‘Pelgrim’ noemde hij zichzelf, zeker na het volbrengen van zijn solitaire tocht naar Santiago de Compostela volkomen terecht. Na zijn herseninfarct in 2009 voegde hij er het woordje ‘manke’ aan toe. ‘Het geheim van ggoOdh & Mensen’, het boek dat Aalt van de Glind in 2014 het levenslicht deed aanschouwen, droeg de ondertitel: ’in 95 stellingen van een manke pelgrim’. Zijn onvoltooide revalidatieproces beschreef de nu bij zijn Schepper vertoevende schrijver in 2016, ook weer met het bijvoeglijk naamwoord ‘manke’ in de ondertitel.

Aalt schreef veel. Over zijn geloof, zijn gevoel, zijn bewondering voor andere denkers en doeners op het menselijk erf: Albert Schweitzer, Blaise Pascal, Titus Brandsma, om een paar grootheden te noemen. Daarbij liet Aalt zich tevens inspireren door ontmoetingen op Iona en Taizé en door pelgrims uit andere wereldbeschouwingen dan alleen het christendom. Zodoende las deze op de Veluwe geboren ex-ontwikkelingswerker (Peru), -godsdienstleraar, -wethouder (Apeldoorn) en provinciebestuurder (Gelderland) veel, luisterde vol aandacht naar iedere gesprekspartner en hij was velen tot steun. Tot het einde toe. Veel waarde hecht ik als oud-buurman van Aalt aan het negende (van de 95) hoofdstukje uit zijn allerlaatste boek. Daarin vertelt Aalt over zijn opoe (oma) die hem ooit wees op het grote wonder van het kleine meibloempje: “Dat kunnen zelfs geleerden niet eens maken”, was de wijze levensles aan haar – nu met hem herenigde – kleinzoon. “Tegenwoordig lijkt GOD steeds meer op oma in de tuin”, is de slotzin van het daarop volgende hoofdstukje. Dat is de mijne dan ook tegelijk. Ik mis Aalt nu al.

Deze recensie van de hand van Peter van der Ros verscheen in het magazine ‘Kerk in de stad’

 

Recensie ‘Jezus, een mensenleven’

In de veertig dagen die voorafgaan aan Pasen bezint de kerk zich op het lijden van Jezus en zoekt ze de verbinding met het lijden van zoveel mensen vandaag. Telkens weer stuit ze daarbij op de grote vraag wie Jezus is; dit kind, over wie bij zijn geboorte zulke grote woorden zijn uitgesproken en die zich  nu gevangen laat nemen, bespotten en kruisigen. Wie is hij? Bij zijn doop klinkt uit de hemel een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’

Op een zeker moment stelt Jezus die vraag aan zijn leerlingen. En als hun woordvoerder spreekt Petrus vervolgens de geladen woorden uit: u bent de messias, de Zoon van de levende God. Enkele eeuwen spreekt de kerk op één van haar concilies (Chalcedon, 451) uit, dat Jezus waarachtig God en waarachtig mens is. Daarmee probeert de kerk boven diepe verstaanskloven en grote tegenstellingen uit te komen, maar de formulering van de zg. tweenaturenleer van Christus is sindsdien een struikelblok voor het verstand en voor menigeen ook een blokkade voor het geloof.

Nu, meer dan vijftien eeuwen na de concilie-uitspraak ligt de vraag wie Jezus is nog steeds open, terwijl de kerk bepaald niet stil gezeten heeft in haar bezinning. Daarvan getuigt op indrukwekkende wijze Dr. Cees den Heyer in zijn pas verschenen boek ‘Jezus, een mensenleven. Een geschiedenis van een mens onder de mensen’. Den Heyer maakt de lezer deelgenoot van een lang leven bezig zijn met de Bijbel en dan vooral het Nieuwe Testament, toegespitst op de vraag wie Jezus is. Hij gaat daarin zorgvuldig en uitvoerig aan het werk. In 43 hoofdstukken laat hij zien tot welke inzichten de nieuwtestamentische wetenschap tot nu toe gekomen is.

Wat is theologie een boeiende wetenschap! Overal staat Jezus centraal. Maar wat lopen de inzichten uiteen. Alles staat of valt met de vraag welk gezag de Bijbel heeft. Iedereen weet dat de Bijbel niet uit de lucht is komen vallen, maar een ontstaansgeschiedenis heeft en zo ook bestudeerd mag worden. In verhalen lopen feit en fictie door elkaar heen. De Bijbel biedt geen historisch correcte informatie, maar wil opwekken tot geloof. Het is een geloofsboek. Wie enigszins thuis is in de kerk, kan zich herinneren dat Den Heyer ruim twintig jaar geleden een spraakmakend boek schreef over de verzoening, waarin hij afstand nam van de klassieke verzoeningsleer, die stelt dat het lijden en sterven van Jezus gezien  moet worden als een offer, dat gebracht moest worden om God en mens met elkaar te verzoenen.

In zijn nieuwste boek schrijft hij afscheid genomen te hebben van het klassieke christologische dogma. Voor hem was Jezus een mens van vlees en bloed, een mens onder de mensen. Bij de bestudering van zijn boek zweefde mij steeds de opmerking van rabbijnen voor de geest, dat elk Bijbelwoord 70 uitleggingen toelaat en dat straks, als de messias komt hij ons zal vertellen wat de juiste is. Ik wens dit boek in handen van theologiestudenten, predikanten, kerkelijk werkers en geïnteresseerde gemeenteleden.

De recensie verscheen als redactioneel in het ‘Ouderlingenblad voor Pastoraat en Gemeenteopbouw.