Lessen van NDE voor levenden

Auteur: Dr. Taede Smedes, Bron: ND, foto: Sharon Dominick

Rinus van Warven had net zijn doctoraal in de theologie gehaald, toen iemand tegen hem zei over zijn belangstelling voor bijna-dood-ervaringen: ‘Als je toch wordt opgeleid in de heilige godgeleerdheid, hou je je toch niet met die flauwekul bezig?’ Van Warven, voorganger bij de Lutherse gemeente in Kampen en uitgever, vertelt dit in Het geheim van Elysion, een boek over bijna-dood-ervaringen dat recent verscheen. Van Warven heeft zelf vier maal zo’n ervaring gehad.

Flauwekul? In Het geheim van Elysion valt te lezen dat 4 tot 8 procent van alle mensen een ‘nabij-de-dood-ervaring’ (NDE) heeft gehad. Bij mensen die ooit een hartstilstand hebben meegemaakt ligt dat percentage hoger: tussen de 10 en 23 procent. Het gaat dus om honderdduizenden mensen in Nederland en miljoenen wereldwijd. Ook kinderen rapporteren NDE’s. Volgens sommige onderzoeken ligt het percentage NDE’s bij kinderen tijdens een kritieke medische situatie misschien wel boven de 90 procent. Mensen die dus op het randje van de dood verkeerden of zelfs klinisch dood waren (waarbij de hersenen geen enkele activiteit meer vertonen). Die vervolgens boven hun eigen lichaam zweefden, hun eigen lichaam zagen liggen, soms door een tunnel reisden, hemelse landschappen zagen en muziek hoorden, soms gestorven bekenden tegenkwamen die als gids fungeerden. Ze werden uiteindelijk teruggestuurd, ze overleefden en konden aan de levenden hun verhaal vertellen.

Iedere NDE is uniek, maar universeel is dat een dergelijke ervaring de kijk op het leven radicaal verandert. De angst voor de dood verdwijnt. Het tijdelijke en materiële wordt minder belangrijk. NDE’ers kiezen voor het essentiële: liefde, genegenheid en persoonlijke relaties. Want wat de dood overleeft, is de liefdevolle band met anderen.

Mysterie

Het geheim van Elysion is een indrukwekkende bundel met verschillende essays van dertig auteurs, onder wie ervaringsdeskundigen, dus mensen die zelf een NDE hebben meegemaakt, maar ook analyses door beroemde wetenschappelijke onderzoekers als Pim van Lommel, Peter Fenwick, Bruce Greyson, en filosofische beschouwingen.

Het ene essay is taaier dan het andere, maar uit alle essays komt naar voren dat NDE’s mysterieus, ja fascinerend zijn. Ik vond het boek, om een onvertaalbaar Engels woord te gebruiken, mindblowing. Sceptici zijn nogal eens geneigd om dergelijke ervaringen af te doen als illusies die ontstaan in de hersenen die reageren op lichamelijke stress. Maar zelfs als je met een licht-sceptische bril de essays en dramatische ‘getuigenissen’ leest, lijkt zo’n verklaring vooral wishful thinking. De vraag blijft dan: hoe moeten we nabij-de-dood-ervaringen dan wel verklaren?

Een aantal auteurs ziet heil in kwantumfysische speculaties. Maar al lezend constateerde ik dat de meeste schrijvers nuchter erkennen dat NDE’s een mysterie zijn en dat voor hen vooral telt wat dergelijke ervaringen met mensen dóén. Dat mensen ineens ontdekken wat er in het leven écht toe doet. Maar ook dat ze moeite hebben het alledaagse leven weer op te pakken. Dat ze onbegrip ondervinden bij mensen die zelf geen NDE gehad hebben, bij hulpverleners, familieleden en vrienden. Sommige NDE’ers scheiden van hun partner die er niet mee om kan gaan dat hij of zij een totaal andere persoon is geworden. Dat menselijke aspect van NDE’s krijgt in dit boek ruime aandacht, want nog altijd stuiten NDE’ers op veel onbegrip.

occult of duivels

Gelovige NDE’ers stuiten bovendien op onbegrip van mede-gelovigen. Sommige priesters of dominees beschouwen NDE’s als occult of duivels, wat een gesprek erover niet makkelijker maakt. Een aantal gelovige schrijvers in deze bundel laat zich uit over NDE’s en hun geloof. Zo herkennen ze NDE’s in de Bijbel. Had Paulus wellicht een NDE nadat hij van zijn paard viel op weg naar Damascus?

Gelovigen vertellen bovendien over een moeizame relatie met het geloof na een NDE. Wereldse religie wordt als knellend ervaren. Traditioneel geloof is geen optie meer. Godsbeelden blijken te mensvormig en kerken lijken zich vooral druk te maken om wat wel en niet mag. NDE’ers zoeken dan ook niet zelden naar een nieuwe vorm van geloof die gevoed wordt door mystiek. ‘Vanuit de spirituele ervaring die een NDE is, groeit er een nieuwe spiritualiteit’, schrijft de priester en NDE’er Paul Robbrecht. Een spiritualiteit die draait om een nieuwe kern, de essentie van het leven: ‘een onvoorwaardelijk liefhebben, een mogen delen in het Licht’.

Het geheim van Elysion is het standaardwerk in Nederland over nabij-de-dood-ervaringen. Het biedt enorm veel stof voor reflectie over dood én leven. Het geeft geen antwoorden, maar is een verzameling indrukwekkende getuigenissen en analyses van ingrijpende ervaringen die levens van mensen dramatisch veranderen. Maar het is ook een bundel met uiteindelijk een hoopvolle boodschap van een volkomen eenheid, harmonie en liefde over de dood heen. Geen flauwekul dus, maar een belangrijke boodschap die ook christenen zeker niet vreemd in de oren klinkt. 

Het geheim van Elysion. 45 jaar studie naar nabijde-dood-ervaringen

 

Meerdere recensie’s : De vrijheid van mijn vader

Lees hier de recensie van Drs. Madelon de Swart
Lees hier de recensie van Evert van der Veen

Recensie – Leven met de Stem Biblion

Leven met de Stem

Twee bevriende predikanten, Gijsbertsen en Kirpestein, nu beiden in de consultancy werkzaam, delen fragmenten waarin ze de Stem horen die hen inspireert en wendingen in hun leven begeleidt. Die fragmenten zijn met name gekozen uit werk van theologen als Bonhoeffer, Miskotte en Heschel, van psychiater Viktor Frankl en van diplomaat Dag Hammarskjöld. Ze verbinden de fragmenten met hun eigen beschouwingen rond het thema ‘uitleiding/exodus’. Ze gaan in op zowel de bedreigende kant als de bevrijdende kant van uitleiding. Het zijn eenlingen, zoals Abraham en Mozes, die als een voorhoede ‘ja’ kunnen zeggen op de Stem die hen roept op de weg van bevrijding. In het eerste hoofdstuk (Gijsbertsen) worden vooral Bijbelse lijnen rondom uitleiding getrokken. In hoofdstuk twee vertelt Kirpestein zijn levensverhaal in ‘hij-vorm’ en in hoofdstuk drie citeert Gijsbertsen enkele delen uit het levensverhaal dat hij voor zijn kinderen schreef. De uitleiding voor de auteurs is dat zij het orthodox-protestantse milieu waarin zij geleefd hebben, uitgetrokken zijn en geleerd hebben de stem die ze zelf horen te volgen. Voor lezers die zich richten op veranderend geloven – met name in orthodox-protestantse kring.

Recensent: Drs. J. Wilts

Recensie : De vrijheid van mijn vader

De vrijheid van mijn vader

Een markante familiegeschiedenis in oorlogstijd

De auteur vertelt het oorlogsverhaal van zijn vader en diens negen broers en zussen. Na een inleiding over het grote, gelovig rooms-katholieke gezin van kleermaker Jean en zijn vrouw Anna in Roermond beschrijft hij eerst kort zijn vader, jongste kind Frans (1925-1982), wiens ervaringen in de oorlog, toen hij kort gevangen zat en direct na de bevrijding tolk was voor de Britten, hem later in het leven PTSS-achtige klachten gaven.

Daarna worden in aparte hoofdstukken de levens en oorlogservaringen van zijn zeven broers, van wie er vier geestelijke werden, en twee zusjes beschreven en de impact van de oorlog op de familie. Daarbij is ook aandacht voor de evacuatie van het gezin toen Roermond in januari 1945 in de frontlinie kwam te liggen. De auteur, Frans’ tweede zoon, werkt als coach en publiceerde boeken/artikelen over onder andere spirituele thema’s. Door de opzet, tien heel verschillende gezinsleden centraal, laat hij heel goed zien hoe de Tweede Wereldoorlog ingreep in het leven van de leden van een herkenbaar groot rooms-katholiek gezin uit Roermond. Daarmee vooral belangrijk voor de regionale geschiedenis. Met zwart-witfoto’s.

Recensent: Drs. Madelon de Swart

Recensie : Elysion

De dood is het einde (!)

Elysion wordt in het Nederlands ook de Elysese velden genoemd en is in de Griekse mythologie de aanduiding voor de verblijfplaats van de gelukzaligen, vergelijkbaar met de hemel of een paradijselijke toestand. Dit bijna 430 bladzijden tellende boek is een zeer diverse verzameling van veelbetekenende artikelen over NDE’s, nabij-de-dood-ervaringen, de voormalige BDE (bijna-doodervaring), gecompleteerd met veelzeggende quotes van vermaarde personen, noten, bibliografie en een fijne leeslijst.
Het geheim van Elysion is een initiatief van Merkawah/ NetwerkNDE (Nederland), Limen (Vlaanderen) en uitgeverij Van Warven. Geen ellenlange stukken tekst of ervaringsverhalen waarbij herhaling hoogtij viert, maar fijne korte passages ingedeeld in kleine paragrafen. De onderwerpen worden afgewisseld met wetenschappelijke onderzoeken en de inzichten die we hierbij verkrijgen, persoonlijke ervaringsverhalen of opgetekende verhalen over iemand die een NDE doormaakte, (bloem)lezingen, studies en andere bijdragen. Alles helder geschreven zonder onnodig jargon. Een korte geschiedenis van de initiatiefnemers wordt aan het einde van het boek weergegeven.
Na een NDE ondergaan patiënten een transformatie: ze hebben bijvoorbeeld geen angst meer voor de dood en voelen zich blijvend met alles verbonden. Er ontstaat meer zingeving in het algemeen en het besef dat elke gedachte invloed heeft op jezelf en anderen. Behalve wat het teweeg brengt bij degene die een NDE meegemaakt heeft, gaat het om de lessen die wij erover kunnen leren. Daarnaast brengen de wetenschappelijke bijdragen een interessante en waardevolle aanvulling. Denk daarbij aan cardioloog Pim van Lommel, neurochirurg Eben Alexander en neuropsychiater Peter Fenwick; niet de minste namen!
Aan het woord komen ook theologen die duidelijke raakvlakken met religie zien in NDE‘s. Naast NDE’s gaat dit werk in op buitenlichamelijke ervaringen (BLE). Zo’n gebeurtenis overkwam Charles Lindbergh (eerste vlucht New York-Parijs zonder tussenlanding) in 1927.
Opvallend is dat oude hindoegeschriften, het Tibetaanse dodenboek, de Bijbel en de Kabbala allemaal identiek verhalen over het eeuwig bestaan van ons bewustzijn. In het gepubliceerde interview van Eben Alexander met Rinus van Warven spreekt Alexander de wijze woorden: ‘Als we blijven doen alsof de fysieke werkelijkheid de enige is die bestaat, dan zal dat geloof ons uiteindelijk de das omdoen. Het is de sombere en schamele gedachte die materialisme heet. Gelukkig zijn er steeds meer boeken die de oude ‘waarheden’ ontkrachten en ontmantelen. Het geheim van Elysion komt als geroepen.’ En zo is het.
Dit wordt hét standaardwerk waarin veel facetten van de nabij-de-dood-ervaringen worden belicht, nergens opdringerig, betweterig of pedant. Het geheel is ongecompliceerd geschreven en toegankelijk voor een breed publiek. Het kan de gemiddelde lezer houvast en inzicht geven, de hulpverlener richtlijnen en het geeft praktische adviezen en herkenning aan degene die het meegemaakt heeft. Catja de Rijk zegt over haar NDE: ‘Ik word emotioneel en kan niks meer zeggen’, dat is precies wat er gebeurt bij de verhalen uit dit omvangrijke werk.

Recensent: Marjan van Druenen

de droom van ha'adam cover

Recensie : De Droom van Ha’adam

Waarom leef ik eigenlijk, waarom ervaar ik leven, waarom ervaar ik mijzelf?’ 

Er gaat een ingenieus mechanisme schuil achter het leven, zo stelt Harold Stevens vast in zijn boek De droom van Ha’adam, alleen de mens verzet zich daar van nature tegen. Doen we niks met dat mechanisme omdat we ons er niet van bewust zijn? In een soms technisch betoog vertelt Stevens  waarom we dat juist wél zouden moeten zijn: ‘Het enige waar het leven om vraagt, is om jezelf te gaan leren kennen en tot uitdrukking te brengen wie je in de kern bent. (…) Meer wordt er door het leven niet van je verlangd’. Dat dit niet gemakkelijk is maar wel mogelijk, legt de auteur in dit boek stap voor stap uit, al kost het je als lezer af en toe wat hoofdbrekens. Het boek zet ons vooral aan tot zelfkennis door actief aan de slag te gaan met onze gevoelens.

Stevens’ gedachtegoed is grotendeels gebaseerd op oude wijsheden. Van Genesis tot het Evangelie van Thomas, en van Hermes Trismegistus tot Immanuel Kant. De auteur diept verborgen kennis op waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’. Kennis die ‘lang geleden al vastgelegd werd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’. En ook in sprookjes, parabels en queestes: ‘deze verhalen zijn alle een metafoor voor de zoektocht naar wijsheid, liefde, rijkdom en vrede’.

Wie ben je in de kern?

Vanuit zijn eigen ervaring en onderzoek neemt Stevens je mee in de bewustwording van het mechanisme. ‘Waarom leef ik eigenlijk, waarom ervaar ik leven, waarom ervaar ik mijzelf?’ De droom van Ha’adam is dan ook vooral bedoeld voor de mens die op zoek is naar een mogelijke zinrijkheid van het leven, die groeit naarmate je de terugweg volgt naar je oorsprong. Die oorsprong stelt de auteur zich voor als een ‘massa gevoelens, de totale waarheid, de pure oorsprong, het diepste wezen, eenheid, singulariteit, de Algeest, Brahman, God’.

Hij stelt dat wanneer je de werkelijkheid als aangenaam wil ervaren, het van belang is om in liefde en vrede te leven. Hij bedoelt daarmee dat hij zichzelf durft toe te staan om te zijn wie hij is. Dat leidt tot de belangrijke vraag: wie ben je in de kern? Zijn zoektocht verkent de weg naar zelfkennis die de mens uiteindelijk voorspoed en geluk kan brengen. Maar op diezelfde weg stuit hij ook op het hoe en waarom van het lijden van de mens: heeft lijden een zin, een doel?

De inscriptie op de Tempel van Apollo in Delphi liet ons in de oude tijd al weten: ‘Ken uzelf’. De menselijke drang naar kennis botst echter met de zoektocht naar zelfkennis. Al dat ‘willen weten’ verhindert dat. Het belemmert onze zoektocht naar de oorsprong en reden van ons bestaan. Kennis geeft ook geen antwoord op de vraag naar de oorsprong of oorzaak van ziekte, van lijden in het leven. Voor die antwoorden is een zoektocht naar binnen nodig, naar degene die je in de kern werkelijk bent.

De menselijke cel als analogie

Op weg naar de kern verdiept Stevens zich letterlijk in het menselijk lichaam, in de kleinst levende functionele eenheid: de cel. Een verrassende en originele manoeuvre die je niet direct verwacht in een boek dat zich bezighoudt met de vraag of het menselijk bestaan een doel heeft, een zin.

‘Iedere lichaamscel moet zich bewust zijn van zijn ‘kerntaken’ en deze vervolgens ook uitvoeren’. De mens is, net als een cel, niet alleen voor zichzelf belangrijk maar ook voor het grotere geheel, de héle mensheid. Functioneert een mens goed, dan heeft de ander daar ook baat bij. Dat zie je terug in goede relaties tussen partners, gezin, familie, vereniging, dorp, stad, land en continent. Dit mechanisme trekt Stevens door naar ons zonnestelsel.

Oorsprong en zin van het menselijk lijden

De auteur schrijft hypothetisch over oorsprong en zin van het menselijk lijden, over de confronterende stelling dat je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de aan- of afwezigheid van ‘een mate van lijden in je werkelijkheid’. Het gaat hem om de keuze van de mens om ruimte te geven aan zijn wezenskern (datgene wat je in wezen tot mens maakt) óf om zich hiertegen te verzetten. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’, onderstreept hij als hij stelt dat je als mens niet noodzakelijk hoeft te lijden, maar dan wel je innerlijke pijn onder ogen moet durven zien. De oorsprong en zin van het menselijk lijden lijken de basis te zijn van waaruit Stevens zijn boek schrijft.

Hiermee komt hij uiteindelijk uit bij God. Ha’adam is de androgyne mens die is geschapen naar beeld en gelijkenis van God. Ha’adam is dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De tweede stap in de schepping is die van een man en vrouw die voortkomen uit Ha’adam. Maar doordat het fout loopt in het aardse paradijs zijn de man en de vrouw zich niet langer bewust van hun oorsprong. Het uiteindelijke doel van de mens, stelt  de auteur, is de weg naar God terug te vinden, ‘terug naar de oorsprong: de vereniging met God’.

Het lijden van een kind

Stevens gaat diep in op onschuldig lijden: de oorzaak en zin van het lijden van kinderen. De hypothese die hij beschrijft noemt hij zeer confronterend, maar hij waagt zich er toch aan. Hij vraagt zich af of het kind in zijn lijden een boodschap probeert uit te dragen richting de ouders. In zijn werk als psychosociaal therapeut ziet hij – en hierbij verwijst hij onder meer naar het werk van psycholoog Carl Jung – dat kinderen zeer sterk kunnen reageren op datgene wat bij de ouder(s) leeft. Zij kunnen in hun problematisch gedrag onbewust de innerlijke conflicten van de ouders uitwerken. Stevens noemt het lijden van een kind daarom geen zinloos of noodlottig toeval: het krijgt een diepere betekenis en doel in het zichtbaar maken van de innerlijke worsteling en het innerlijk lijden van zijn ouders.

Denken alleen leidt tot verlies van gevoelens

De mens zal met denken alleen nooit het leven kunnen begrijpen, omdat dit leidt tot verlies van gevoelens, zegt Stevens. Een gevoel vormt een eenheid, een waarheid, en als je dat gevoel wilt begrijpen, wordt die eenheid uit elkaar getrokken in tegengestelde componenten om het verstandelijk te kunnen bevatten. Zo bestaat ‘positief’ niet zonder ‘negatief’. Zonder dal bestaat een berg niet en andersom. Aangezien je niet positief en negatief tegelijk kunt denken, moet je een keuze maken. Kies je voor positief dan wijs je negatief af. Dat noemt de auteur de afgekeurde keuze. Die kan echter niet verdwijnen omdat het zijn bestaansrecht dankt aan de aanwezigheid van de positieve optie. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Al die afgekeurde opties noemt de auteur zijn donkere kant, zijn schaduwzijde. Maar die horen wel bij hem. Er bestaan echter geen ‘goede’ of ‘slechte’ keuzes: ze komen immers voort uit het oorspronkelijke gevoel, ‘een eenheid die puur is, die heel is, zonder oordeel’.

De afgewezen optie zal zich het sterkst gaan manifesteren, met als doel de erkenning ervan. Daarmee moet je dus aan het werk: ‘je gevoel naar je hersens brengen’, tot uitdrukking brengen wat je denkt, niet ‘binnen’ houden. Je gaat dan ‘vanzelf minder denken, minder positief en minder negatief, wat leidt tot ontspanning. Je houdt dan je gevoelens niet in je hoofd, wat resulteert in een ‘minder gecompliceerde realiteit’. Het gaat dus om ‘actie ondernemen, hándelen, je realiteit onder ogen durven zien en de consequenties accepteren als gevolg van de keuzes die je tot nu toe in je leven hebt gemaakt’. Dit is dan tevens de juiste weg naar je oorsprong. Als je je hier naartoe beweegt zal het lijden afnemen en de ‘ervaring van het leven verlichten’. Het leven ‘ontspant’.

Verlichting

Stevens haalt bij sommige onderwerpen de kwantumfysica erbij. Het is even doorbijten om dit goed te kunnen volgen. Wanneer je begint te beseffen dat je zelf de schepper bent van je eigen werkelijkheid, ga je ook begrijpen dat je verantwoordelijk bent voor wat er in je werkelijkheid, in jouw wereld, gebeurt: het geeft je volgens Stevens de mogelijkheid om de manier waarop je de wereld ervaart te veranderen. Hij is ervan overtuigd dat je een leven kunt leiden dat ‘in de buurt van verlichting komt’.

De weg terug

Als je je bewust wordt van het mechanisme van het leven, zo stelt Stevens, durf je je over te geven aan de weg terug naar de ‘Tuin van Eden’. Hij verwijst onder meer naar de Kabbala, die stelt dat je door ‘het nemen van de verantwoordelijkheid van het eigen leven, gelukzaligheid kunt gaan ervaren’.

Tot slot

De droom van Ha’adam is geen boek om in één avond uit te lezen. Je bent geneigd terug te bladeren om bij de les te blijven. Dat ligt ook aan de hoge informatiedichtheid – en dat is positief bedoeld. De auteur slaat af en toe zijwegen in die de beschreven denkbeelden verduidelijken of iets toevoegen aan zijn betoog, maar die het niet eenvoudiger maken om samen met hem op het pad te blijven. Soms schrijft de auteur wat cryptisch: je ‘voelt’ wat wordt bedoeld, maar je doorziet dat niet direct. Het is een pittig maar fascinerend studieboek.

 

Recensent:  Paul Delfgaauw

Dialoog Leven met de Stem

Jan Hage improviseert op de herkenningsvreugde van het horen van de Stem, die opnieuw zoekt en vindt.

Recensie : CD leven met de Stem

De cd ‘Dialoog – Leven met de Stem’ is een persoonlijke reflectie van Jan Hage naar aanleiding van een onlangs verschenen boek met dezelfde titel. Het boek is geschreven door predikanten Bart Gijsbertsen (1951) en Jan Willem Kirpestein (1959). Terzijde: Kirpestein zat naast zijn studie theologie en letteren ook nog anderhalf jaar op het Utrechts Conservatorium.
Muziek bij een boek – maar het boek is niet ter recensie opgestuurd naar de redactie van ORGELNIEUWS. Gelukkig is er dan een cd-boekje. Daarin staat dat auteurs elkaar leerden kennen na een kerkdienst, een van hen had gepreekt, de ander had geluisterd.
‘‘Er werden nog wat woorden uitgewisseld over de preek. ‘Zien en zien is twee, of drie’. Je kunt simpel ‘kijken’; je kunt ‘onderzoekend en theoretiserend kijken’ en je kunt ook ‘een gewaarwording hebben van iets dat zich aan het blote oog onttrekt’.’’ […] ‘‘Vele jaren verder kijken ze nu terug. Achter hun gezamenlijke dialogen en avonturen onderkennen ze nog een ander verhaal; het allesbepalende verhaal van ieder persoonlijk. Dat is het verhaal dat niet zo gauw verteld wordt. Dat is het verhaal over een innerlijke dialoog: Leven met de Stem. Toch beseften beiden dat juist ook dit verhaal gehoord wil worden, over ‘dat wat zich aan het blote oog onttrekt’.’’
De Stem, met een hoofdletter. Ik vermoed dat de theologen daarmee God bedoelen, de ongeziene, onnoembare. De eeuwige, de roepende, de zoekende, de sprekende. Opvallend en veelzeggend (en verduidelijkend) is de titel van de vijfde track op de cd: ‘De Stem is mijn herder’. God (ik noem hem maar zo) spreekt tegen ieder mens verschillend en de geest blaast waarheen hij wil. Iedereen die de Stem hoort, reageert daar weer anders op. Zoiets zullen Kirpestein en Gijsbertsen bedoelen.
Op deze cd horen we hoe Jan Hage, organist van de Domkerk in Utrecht op ‘de Stem’ reageert, niet met gesproken teksten, maar met de stem van het orgel. Hij doet dat indrukwekkend en in zijn eigen muzikale taal. Wie hem wel eens heeft horen improviseren – liefst op de Bätz in zijn eigen Domkerk – weet wat ik bedoel. Grillig en toch vormvast. Impulsen volgend maar toch het doel voor ogen houden. Vrij en creatief gebruik van het thema, maar het thema is nooit ver weg – maar dat merk je pas als je de cd een paar keer intensief hebt beluisterd. Moderne klanken – maar soms verassend tonaal. Veel beweging en virtuoos spel, invloeden van minimal-technieken, grote kennis en beheersing van het orgel. Meer Haarlem dan Staphorst.
En Hage is erudiet. Want vergis ik me nou, of hoor ik soms een (klein) fragment Reubke 94 en een flard Duruflé? Het cd-boekje vermeldt de namen van twee registranten, Jan Willem ’t Hart en Klaus Markus. Daaruit kun je opmaken dat Jan Hage goed van te voren heeft nagedacht over de liedteksten en het verloop van de improvisaties.
Hage houdt van het orgel, vertelde hij onlangs in een filmpje dat werd opgenomen naar aanleiding van de Volkskrant-orgelverkiezing.
De cd heeft zes tracks met elk een verschillend thema – een psalm of een gezang die gaat over de begrippen woord, stem, spreken. De liedteksten staan in het boekje, zoals ‘Ik wil van God als van mijn Herder spreken’ (met een vleugje Bastiaans) of ‘Hij die gesproken heeft een woord dat gáát’.
De cd duurt nog geen vijftig minuten en dat is precies genoeg om in een keer te beluisteren. Er moet niks bij. Jan Hage vertelt een prachtig en persoonlijk verhaal en hij bezorgt je herhaaldelijk kippenvel. Bijvoorbeeld in deel 2 dat als titel heeft ,,Zoeken en vragen: ‘Mens waar ben je’ – psalm 42’’. Het orgel klinkt lange tijd amechtig vanwege de toonherhalingen (hartstochtelijk zoeken en vragen). Dan een korte stilte – waarin de organist een hoge mixtuur bijtrekt – en vervolgens een paar stralende en strakke akkoorden als eurekamoment.
De prachtige cornet soleert in deel 1 (over Psalm 1), in deel 3 een welluidende aria over de melodie ‘Waarom moest ik uw Stem verstaan?’ met een zacht tongwerk. Hage heeft gelijk in dat filmpje. Wat een orgel.
Goed beschouwd en beluisterd bestaat deze cd echter uit één improvisatie. Dat blijkt pas aan het eind van de cd, als het begin van deel 1 als vanzelf weer terugkomt: zacht geruis van zeer hoge tonen. Zo liet de Stem zich horen aan de profeet Elia, in het geruis van de wind, vriendelijk en veilig.
Dialoog – Leven met de Stem
Jan Hage vertaalt al improviserend zijn verhaal met de Stem op het orgel van de Domkerk
Stem van den Beginne – psalm 1; Zoeken en vragen: ‘Mens waar ben je’ – psalm 42; ‘Waarom moest ik Uw Stem verstaan’ – liedboek 941; ‘Victimae paschali laudes’ – liedboek 615 – psalm 22; De Stem is mijn herder – psalm 23; Leven met de Stem – psalm 119 – liedboek 362.

Recensie : De vrijheid van mijn vader

De vrijheid van mijn vader

Een markante familiegeschiedenis in oorlogstijd

Auteur Ton Roumen (1955) komt uit een traditioneel rooms katholiek gezin waarvan twee kinderen priester worden en er twee het klooster ingaan. Dit gaf hen het nodige aanzien in hun sociale omgeving.

Het boek gaat met name over allerlei gebeurtenissen van gezins- en familieleden in oorlogstijd. De titel roept de verwachting op dat de vader van Ton Roumen centraal staat in dit boek en de ondertitel suggereert een persoonlijk proces waarin hij de ware vrijheid heeft gevonden. Roumen zegt daarover: “Ik ben opgegroeid met het beeld van een verschrikkelijke oorlog en zag tegelijkertijd dat mijn vader hartelijke contacten onderhield met zijn Duitse vrienden. Ik merkte dat contrasterende ervaringen naast elkaar kunnen staan. Tot die conclusie was mijn vader al eerder gekomen”, pagina 17.
Het gezin Roumen woont in Roermond dat in de laatste fase van de oorlog zwaar heeft te lijden wanneer de Duitsers zich terugtrekken en de geallieerden het gebied gaan bevrijden. Ook het huis van Roumen raakt zwaar beschadigd. De vader van Ton heeft symptomen die we vandaag PTSS zouden noemen en had moeite om na de oorlog zijn weg te vinden en zijn geestelijk evenwicht te bewaren. Hij sterft op 57-jarige leeftijd.
Het boek gaat niet zozeer over de vader van Ton maar bevat vooral verhalen over leden uit het gezin en de familie. Het boek geeft een goede impressie van de wijze waarop mensen de oorlog overleven in de schuilkelder. Hier wordt zelfs de mis opgedragen. De oorlog versterkt de spiritualiteit maar na de oorlog vervaagt deze geleidelijk in het proces van secularisatie. De evacuatie van Roermond is een ingrijpende gebeurtenis die midden in de winter plaats vindt.
Een ontroerend moment in het boek is het verhaal over Oom Jo die op de Maasbrug de Duitse controle moet passeren. Er ontstaat een persoonlijk getint gesprek met de Duitse soldaat waarbij beiden op een gegeven moment ontroerd raken. Jo mag doorrijden met zijn vlees hoewel dit eigenlijk verboden is.
Aan het slot van het boek komt de auteur dichter bij de titel van het boek en gaat hij in op het wezen van vrijheid: “Vrijheid vraagt erom te worden verinnerlijkt, het veronderstelt een ankerpunt in jezelf”, pagina 214.
De auteur heeft ervoor gekozen om in ieder hoofdstuk over iemand uit het gezin of de familie te vertellen. Dat maakt dat het boek in z’n totaliteit wat verbrokkeld overkomt met enige herhaling van gebeurtenissen als gevolg. De stijl is wat houterig; de feiten worden nogal beschrijvend weergegeven zonder veel stilistische of menselijke diepgang.

Artikel door: Evert van der Veen