het lef om op te staan van de glind

Het lef om op te staan – Dirk van de Glind

Dirk van de Glind maakt korte metten met het idee dat pessimisme terug te voeren is op het Oude Boek. Integendeel: dat Oude Boek roept op iedere bladzijde op tot waarachtige menselijkheid.

Dat ding met veertjes – Niek Schuman

In dit boek voert Niek Schuman het pleidooi voor de moed om te hopen door alle kwaad heen. Daar is verbeelding voor nodig, om de platte realiteit te overstijgen.

Een heidense uitdaging – Bart Gijsbertsen

Bart Gijsbertsen zet zijn zoektocht voort naar een theologie waarin het volk Israël met zijn tradities, gedenkdagen en feesten de plaats krijgt die het toekomt.

613 Mitzwot – Elco M Aronstein

Het Jodendom kent 613 mitzwot. Aronstein heeft een integere poging gewaagd de teksten voor een breder publiek toegankelijk te maken.

De heiliging van de Naam – Beatrice Jongkind

De slachtoffers van de Holocaust in de jaren ’40-’45 en hun kinderen vragen om een proces van rouwverwerking. Hieruit is dit boek geboren. Hoe moet een mens de catastrofe die zijn ziel heeft getroffen, verwerken?

Boekbespreking: “Ontregelende” Woorden van Christus

In het magazine Soφie stond een prachtige recensie van het boek “Woorden van Christus’ van Michel Henry. De recensie is geschreven door dhr. Aart Deddens, redacteuur van het magazine. Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie. Aart Deddens noemt het boek buitengewoon spannend. Lees hier waarom….

Michel Henry is een origineel en antithetisch denker. Dat is zijn voordeel. Hij wortelt echter niet in een vertrouwde traditie (wie leest er Irenaeus?). Dat is een nadeel. Henry is radicaal als Bonhoeffer en vreemd als Girard en koppelt aan de ongemakkelijke Woorden van Christus ongemakkelijke beschouwingen.

Toen Michel Henry (1922-2002) tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Franse verzet zat, was zijn schuilnaam Kant. Of hij een verband zag tussen deze filosoof en het nazisme, en of Kant dus voor hem de ultieme vijand was, vermeldt de historie niet. Wel is bekend dat hij een hekel had aan Kants manier van filosoferen. Waar die hekel op vastzit is voor mij nu juist typerend voor filosofie: filosofie is reflectie, een pas op de plaats maken, ‘uit de situatie stappen’, er met een helicopterview naar kijken, kritisch analyseren en hopen dat je daarmee iets verheldert. Henry moet niets hebben van deze Gegenstandsrelatie en het subject-objectdenken dat erdoor geconstrueerd wordt. Voor hem gaan subject en object, lichaam en geest niet uiteen, maar vallen ze samen. De activiteit van het denken is gericht op dit samenvallen. Henry baseert zijn filosofie op de Woorden van Christus, want in de incarnatie van Christus, van het Woord, vallen God en mens samen.

Pathos
Centraal bij Henry staat het hart; leven is pathos. Denken is voelen. Denken over pijn is de pijn zelf. Weten is een affectief en geen cognitief weten. God is leven en leven is ervaring van zichzelf.
Anders dan bij Dooyeweerd verdwijnt bij Henry het onderscheid tussen schepper en schepping. De woorden van Christus worden door Henry gezien als kritiek op onze (christelijke) levensbeschouwingen en op wat wij binnen die levensbeschouwing ‘scheppingsstructuren’ zouden noemen. Typerend is de kritiek van Jezus op het gezin als hoeksteen van de samenleving. “ik ben niet gekomen om vrede te brengen maar het zwaard. Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder’, zegt Jezus.

Hoe kan het dat deze meest fundamentele, natuurlijke relatie van de mens op haar kop wordt gezet? Volgens Henry omdat we het natuurlijke van natuurlijke relaties zijn gaan ervaren als los van God. Door onze relaties op wederkerigheid te baseren zijn we schijnbaar autonoom geworden, “maar daarmee wordt niet minder dan de innerlijke verhouding van de mens tot God geëlimineerd. Juist de niet-wederkerigheid bepaalt onze verhouding met God. (Leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten.) Christus draait de condition humaine om. Ze wordt in zijn woorden niet langer gebaseerd op het systeem van wederkerigheid tussen mensen, maar in de relatie met God. “De menselijke natuur wordt een door God voortgebrachte natuur” zegt Henry. Je kunt immers alleen kind van je hemelse vader zijn als je bidt voor wie jou vervolgt.
Is de Bergrede daarmee een moreel verbeteringsprogramma? Niet volgens Henry: “De niet-wederkerigheid kan niet worden begrepen in het menselijke vlak (…). Dat zou neerkomen op ontkenning, alsof we (…) zouden ophouden onze vijanden te haten en als door een wonder van ze beginnen te houden.” Wat is de boodschap dan wel, volgens Henry”De niet-wederkerigheid duidt op de immanente verwekking van ons eindige leven in het oneindige leven van God.”

Oordeel
Ik deel de ervaring van Henry met betrekking tot de ontregelende woorden van Christus: “We voelen onmiddellijk aan dat ze een diepe en tragische waarheid bevatten. Want ook al staan deze woorden haaks op onze natuurlijke opvatting over onszelf, ze maken ons er tegelijkertijd scherp van bewust, dat daarmee iets mis is.”
Het boek van Henry is buitengewoon spannend, omdat hij aan de radicaliteit van de woorden van Christus niets afdoet. Het is ook spannend omdat hij teruggrijpt achter Augustinus. Mijn niet op kennis gebaseerde beeld van de gnostiek is door het lezen van Henry veranderd. Ondanks alle gnostieke trekken is er geen spoor van minachting van de schepping als zou die het product zijn van een tweederangs demiurg en zouden we om die reden de wereld moeten verzaken. Het probleem en het ongemak zit in de woorden van Christus. Ik begrijp heel goed dat we met een reflectieve houding ‘christelijke filosofie’ op poten kunnen zetten en dikke delen kunnen schrijven. Maar van een christelijke antropologie komt het maar niet. Dat is natuurlijk niet zomaar. We zitten allemaal met die Bergrede in onze maag. Henry lezen helpt, in elk geval voor dat reflectieve bewustzijn.

Michel Henry, Woorden van Christus, uit het Frans vertaald door Chris van Haeften en Andries Oosterkamp, Kampen, 2016.

Afgebroken takken – Paula Stuurman

De auteur houdt ervaring, spiritualiteit en vormgeving dicht bij elkaar. Praktisch-theologische overwegingen en wijsgerig-theologische noties krijgen een plaats.