Kritische biografie over de missionaris die de Friezen en Saksen bekeerde tot het christendom in de achtste/negende eeuw. Dit lijkt een simpel boek over de vroege Noord-Nederlandse kerkgeschiedenis maar schijn bedriegt. Want de auteur (1939) weet als gepromoveerd Duits taalkundige de vroege Saksische taal te duiden. Daarmee komt hij tot een totaal andere analyse van de hagiografische ‘vitae’ (heiligenlevens) van rond 1000 na Christus. Veel Nederlandse (met name rooms-katholieke) kerkhistorische handboeken moeten dan ook worden herschreven (bijvoorbeeld het standaardwerk van Post uit 1957, maar óók dat van Hamans uit 2014)! Want in het geval van Ludger (742-809) gaat het ten tijde van de achtste-/negende-eeuwse Franken en de Saksen niet om de missionaris, die tijdens het verrichten van genezingen de Friezen en Saksen bekeerde, of rond 854 de tiende bisschop zou zijn van Utrecht. Utrecht heeft ook niet Willibrord of Bonifatius als eerste en tweede bisschop gehad, maar als eerste sinds 777 Alberik! En Ludger was geen ‘ijzervreter’, maar een erudiete en stichtelijke man die graag in een kloosterlijke omgeving rond Utrecht verbleef. Met tegenzin werd hij de eerste bisschop van Münster (805-809)! Met illustraties in zwart-wit, een literatuuropgave en register.

Recensent: John van Wieringen