In Memoriam Aalt van de Glind

Aalt van de Glind was nog per e-mail in overleg met de uitgever over de hem toegezegde herdruk van zijn boek ‘God… met 95 andere woorden’, toen hij op de vroege zaterdagochtend van 3 februari op 69-jarige leeftijd overleed. Met zijn heengaan verliezen Aalts vrouw, dochters, kleinkinderen (van wie de zevende op komst is), buren – en veel – vrienden een diep gelovig en veelzijdig metgezel.

‘Pelgrim’ noemde hij zichzelf, zeker na het volbrengen van zijn solitaire tocht naar Santiago de Compostela volkomen terecht. Na zijn herseninfarct in 2009 voegde hij er het woordje ‘manke’ aan toe. ‘Het geheim van ggoOdh & Mensen’, het boek dat Aalt van de Glind in 2014 het levenslicht deed aanschouwen, droeg de ondertitel: ’in 95 stellingen van een manke pelgrim’. Zijn onvoltooide revalidatieproces beschreef de nu bij zijn Schepper vertoevende schrijver in 2016, ook weer met het bijvoeglijk naamwoord ‘manke’ in de ondertitel.

Aalt schreef veel. Over zijn geloof, zijn gevoel, zijn bewondering voor andere denkers en doeners op het menselijk erf: Albert Schweitzer, Blaise Pascal, Titus Brandsma, om een paar grootheden te noemen. Daarbij liet Aalt zich tevens inspireren door ontmoetingen op Iona en Taizé en door pelgrims uit andere wereldbeschouwingen dan alleen het christendom. Zodoende las deze op de Veluwe geboren ex-ontwikkelingswerker (Peru), -godsdienstleraar, -wethouder (Apeldoorn) en provinciebestuurder (Gelderland) veel, luisterde vol aandacht naar iedere gesprekspartner en hij was velen tot steun. Tot het einde toe. Veel waarde hecht ik als oud-buurman van Aalt aan het negende (van de 95) hoofdstukje uit zijn allerlaatste boek. Daarin vertelt Aalt over zijn opoe (oma) die hem ooit wees op het grote wonder van het kleine meibloempje: “Dat kunnen zelfs geleerden niet eens maken”, was de wijze levensles aan haar – nu met hem herenigde – kleinzoon. “Tegenwoordig lijkt GOD steeds meer op oma in de tuin”, is de slotzin van het daarop volgende hoofdstukje. Dat is de mijne dan ook tegelijk. Ik mis Aalt nu al.

Deze recensie van de hand van Peter van der Ros verscheen in het magazine ‘Kerk in de stad’